Boekgegevens
Titel: Hoogduitsche spraakkunst, of Gemakkelijke wijze om de Hoogduitsche taal te leren
Auteur: Meidinger, J.V.; Elberts, W.A.
Uitgave: Zwolle: W.E.J. Tjeenk Willink, 1870
14e dr.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1813 D 23
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204583
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse taalkunde
Trefwoord: Duits, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Hoogduitsche spraakkunst, of Gemakkelijke wijze om de Hoogduitsche taal te leren
Vorige scan Volgende scanScanned page
226
onbepaalde wijze.
aantoonende wijze.
tegenw. tijd.
Srciben, drijven.
Sreten, treden.
Sriefen, druipen.
Srinfcn, drinken.
Srügen, bedriegen.
Serbleic^en, verbleeken.
23crberben, verderven (*).
23erbriegen, verdrieten.
SJergcffen, vergeten.
SScrIieren, verliezen.
23erlöfchen, uitdooven (*).
aSachfen, groeien.
SBafc^cn, wasschen.
vffiagen, wegen , het gewicht
van iets onderzoeken (t).
tffiiegen, wegen, zwaar zijn.
SB3etchen, wijken (§).
Söeifcn, wijzen.
QBcnben, wenden (**).
5S5erben, werven.
fflJerben, worden.
SSerfcn, werpen.
SBlnben, winden.
SÏBifcn, weten.
fffioHen, willen.
Reihen, schuld geven.
Richen, trekken.
Jnjingen, dwingen.
ich treibe, k.
ich bu friftff, er tritt
ich trief«/ (bu treufst, cr irev.fi)
ich trinfe, bu trinfft, cr trinff
ich trüge, k.
ich »erbleiche, jc.
ich ttcrberbe, bu »erbirbft, er »erbirbt
eé »erbrießf
ich bergeffe, bu »ergiffcjt, ertjerglgf
ich »erllere, k.
Ich »erlöfche, bu »erllfchc(t, er »erlifcht
ich raachfe, bu wäc^feß, et mc^ft
Ich roafc^c, bu ü3äfche|t, cr m[d)t
ich iȊge, k.
ich i»icge, K.
ich njciche, k.
ich rceife, ic.
ich >»enbe, ic.
ich njerbe, bu mirbjl, cr wirbt
Zie bladz. 159.
ic^ njcrfe, bu »frf|t, er tcirft
Ich »»Inbe, K.
ich n^eig, bu rcefgt, cr rceig
ici; rollI/buroill|ï,ermi(l,roirn)oIlen,JC.
ich jelhe, JC.
tch êtehc,
tc^ jroingc, K.
Aanmerking. De afgeleide en samengestelde werkwoorden
b. v. gcbtefen, »erbtefen, abfchretben, »orfchrctben, enz., moet men
(*) Als bedrijvend werkwoord regelmatig.
(t) In dezen zin beter regelmatig.
(§) In den zin van weeh maken is tBCt^Ctt regelmatig.
(*♦) Als bedrijvend werkwoord regelmatig; als wederkeerend en onzijdig onregelmatig.