Boekgegevens
Titel: Hoogduitsche spraakkunst, of Gemakkelijke wijze om de Hoogduitsche taal te leren
Auteur: Meidinger, J.V.; Elberts, W.A.
Uitgave: Zwolle: W.E.J. Tjeenk Willink, 1870
14e dr.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1813 D 23
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204583
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse taalkunde
Trefwoord: Duits, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Hoogduitsche spraakkunst, of Gemakkelijke wijze om de Hoogduitsche taal te leren
Vorige scan Volgende scanScanned page
218
ONBEPAALDE WIJZE. AANTOONENDE WIJZE. TEGENW. TIJD.
©leiten, glijden. id) gleite, k.
©lininien, glimmen. ld) glimme, k.
©raben, graven. ld) grabe, bu grabfï, er grabt
©reifen, grijpen. ich greife, :c.
-^aben, hebben. Zie bladz. 156.
.galten, houden. ich holte, bu holtfï, er hölt
.gangen, hangen (*). ic^ honge, bu höngff, er h^ngt
Juanen/ houwen. ich houe, bu houefï, cr houef
.^eben, heffen. ich ^"^bc, bu hebft, er hebt
.Reifen, heeten. ich heife, bu heifefï, er hei§t
Jp)elfen, helpen. ich bu htlftï, er hilft
jjeifen, kijven. ich feife, K.
j?ennen, kennen. ic^ fenne, jc.
jïlieben, kloven. ich flicbc, K.
.glimmen, klimmen. ich flimme, k.
iïlingen, klinken. ich Glinge, K.
Äneifen, of fneipen, knijpen. ich 'f fncipe, k.
ifommen, komen. ich fomme, bu fommfï, er fommt
j?ónnen, kunnen. Ich fann, bu fannft, er fann
kriechen/ kruipen. ich fricche, K. (bu JcreucJist, er
kreucht)
jfiefen (jïüren), zie Srfüren. ich fiefe, füre, K.
gaben, laden. ich lobe, 2C.
gaffen, laten. ic^ laffe, bu laffcfï, cr laffet (lägt)
Saufen, loopen. ich laufe, bu läufft, er läuft
gelben, lijden. ich leibe, ic.
geiden, leenen. ich
gefen, lezen. ich lefe» bu liefefï, er liefet (lieft)
giegen. liggen. ich
(*) Wel te onderscheiden van het regelmatig bedrijvend werkwoord Jóngen (maken
dat iets hangt). Evenzoo anfangen en anfangen.