Boekgegevens
Titel: Hoogduitsche spraakkunst, of Gemakkelijke wijze om de Hoogduitsche taal te leren
Auteur: Meidinger, J.V.; Elberts, W.A.
Uitgave: Zwolle: W.E.J. Tjeenk Willink, 1870
14e dr.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1813 D 23
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204583
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse taalkunde
Trefwoord: Duits, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Hoogduitsche spraakkunst, of Gemakkelijke wijze om de Hoogduitsche taal te leren
Vorige scan Volgende scanScanned page
214
onbepaalde wijze.
aantoonende wijze.
tegenw. tijd.
ich beftnnc. Jc.
ich betrüge, tc.
ich beroege, k.
ich biege, jc.
ich biete, jc. (bu beutst, er beut) (t).
ich binbe, k.
ich bitte, K.
ich blafe, bu blafeft, er blafet.
ich bleibe, K.
ich brate, bu brätft, er brät,
ich breche, bu brichft, er bricht,
ich brenne, tc.
ich bringe, k.
Ich benfe, k.
ich bingc, ic.
ich brefche, bu brifche(t, er brifcht
(ook regelm^
Ich bringe, k.
ich barf, bu barffl, er barf, wir
bürfcn, K.
ich empfange, bu empfangfï, er cm?
pfängt.
ich emfehle, bu cmpftehllt, er em?
pfiehlt.
ich empftnbe, k.
ich erbleiche, tc.
ich erfüre, tc.
ich erlöfche, bu crlifchefï, er erlifcht.
(*) In alle overige beteckenissen is feelKCgcit regelmatig.
(t) De tusschen ( ) geplaatste en met cursief gedrukte woorden zijn vormen, welke
bij dichters voorkomen.
(§) Als bedrijvend werkwoord ook regelmatig, doch het deelwoord blijft gcbratCH.
(**) Ook dit werkwoord kan men regelmatig vervoegen, inzonderheid als bedrijvend,
(tt) (Öftren en austöft^en zijn regelmatig.
Befinncn, bezinnen.
Betrügen, bedriegen.
Bewegen, overhalen tot (*)
Biegen, buigen.
Bicten, bieden.
Binbcn, binden.
Bitten, bidden.
Blafen, blazen.
Bleiben, blijven.
Braten, braden (§)
Brechen, breken.
Brennen, branden.
Bringen^ brengen.
Senfen, denken.
©Ingen, dingen (**)
Srefchen, dorschen.
©ringen, dringen.
Sürfen, durven, mogen.
Smpfangen, ontvangen.
(Empfehlen, aanbevelen.
gmpfïnben, gevoelen.
Erbleichen, verbleeken.
grfüren, verkiezen.
grlófchcn,uitgaan,uitdooven(tt)|