Boekgegevens
Titel: Hoogduitsche spraakkunst, of Gemakkelijke wijze om de Hoogduitsche taal te leren
Auteur: Meidinger, J.V.; Elberts, W.A.
Uitgave: Zwolle: W.E.J. Tjeenk Willink, 1870
14e dr.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1813 D 23
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204583
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse taalkunde
Trefwoord: Duits, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Hoogduitsche spraakkunst, of Gemakkelijke wijze om de Hoogduitsche taal te leren
Vorige scan Volgende scanScanned page
213
onregelmatige werkwoorden wordt meestal uit dien van de aantoo-
nende wijze gevormd, door de wortelletter a, O, u, in a, O, ü,
te veranderen, wanneer men voor het overige aan het werkwoord
die uitgangen geeft, welke aan ieder persoon eigen zijn, b. v. id)
fam, ik kwam; ic^ tame, ik kwame; enz. id) gog, ik goot; id) 9(>ffe,
ik gote, enz. ic^ trug, ik droeg; ic^ (rüge, ik droege; enz.
De tweede persoon van het enkelvoud der gebiedende wijze
{die geenen eersten persoon heeft) wordt, gelijk reeds is aan-
gemerkt, van den eersten des tegenwoordigen tijds van de
aantoonende wijze gevormd. Deze is alleen onregelmatig,
wanneer de e van den eersten persoon der aantoonende wijze
in eene i voor den tweeden persoon is veranderd geworden.
De samengestelde werkwoorden volgen de vervoeging der
enkele; b. v. ücrthun, verteren, wordt vervoegd als tt)un,
uitgezonderd de volgende, welke regelmatig zijn, schoon de
enkele werkwoorden, welke daarmede schijnen vereenigd te
zijn, niet regelmatig zijn.
benjillfomracn, verwelkommen,
hanb^abcn, handhaven,
herbergen, huisvesten,
rabbrect^en, radbraken.
MATIGE WERKWOORDEN.
ratfchlagen, raadplegen,
«mringen, omringen,
»eranlajfen, aanleiding geven.
miHfahren, toestemmen.
AANT. WIJZE. ONVOLMAAKT VERL. TIJD. AANVOEGENDE WIJZE. ONVOLM. VERL. TIJD. GEBIEDENDE WIJZE. VERLEDEN DEELWOORD.
id) bnf id) büfe bacfe gebacfcn.
id) befahl ich beföhle {be/äJde) befiehl befohlen.
id) bepig ich beflilTe beflcige bcfliiTcn.
id) begann ich begänne o/begi^nne beginne begonnen.
id) big ich biffe beige of beig gebiffcn.
ich targ ich tärge birg geborgen.
ich bar(t of ich tär|Te of börfïe birjt of berfle geborfïen.
borfï