Boekgegevens
Titel: Hoogduitsche spraakkunst, of Gemakkelijke wijze om de Hoogduitsche taal te leren
Auteur: Meidinger, J.V.; Elberts, W.A.
Uitgave: Zwolle: W.E.J. Tjeenk Willink, 1870
14e dr.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1813 D 23
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204583
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse taalkunde
Trefwoord: Duits, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Hoogduitsche spraakkunst, of Gemakkelijke wijze om de Hoogduitsche taal te leren
Vorige scan Volgende scanScanned page
212
OVER DE ONREGELMATIGE WERKWOORDEN.
Onregelmatige werkwoorden zijn zulke, die in sommige van
liunne tijden, of geheel, of ten deele van het hierboven
blz. 172 opgegeven voorbeeld van vervoeging afwijken.
Deze afwijking wordt in het tweede deelwoord en in den
onvolmaakt verleden tijd van de aantoonende en van de bij-
voegende wijze, van al de onregelmatige werkwoorden gevon-
den. Ook zijn er andere, die, behalve deze onregelmatigheid,
in dei^ tweeden en derden persoon van het enkelvoud des
tegenwoordigen tijds in de aantoonende, en in den tweeden
persoon van het enkelvoud der gebiedende wijze, onregelmatig
zijn. De andere tijden dier werkwoorden worden even als
die der regelmatige werkwoorden vervoegd.
Het tweede deelwoord dier werkwoorden neemt, even als
dat der regelmatige, het voorzetsel ge aan; maar zijn uit-
gang is dezelfde, als die van de onbepaalde wijze. B. v. van
lefen, lezen, komt gelefcn, gelezen.
De meeste dier werkwoorden veranderen in den wortelklinker
der onbepaalde wijze, eenige ook den medeklinker, andere
blijven onveranderd.
De onvolmaakt verleden tijd van de bijvoegende wijze der
LIJST DER ONEEGEL-
ONBEPAALDE WIJZE.
AANTOONENDE WIJZE.
TEGENW. TIJD.
Barfen, bakken (*).
Befehlen, bevelen.
Befleißen, zich toeleggen (t).
Beginnen, beginnen.
Beißen, bijten.
Bergen, bergen.
Berften, bersten (§).
\d) barfe, bu bacfft, er bädt
ich befehle, bu befiehifï, er befiehlt
ich befleiße, bu beflelßefi, er befleißet
ich beginne, k.
id) beiße, tc.
id) berge, bu blrgfï, er birgt
id) bcrfte, bu blrficft, er blrft,
(ook regelm.)
(*) Als bedrijvend regelmatig in den Onvolm. Verl. tijd maar niet in het Deelwoord.
(t) bejleiftgen is regelmatig.
(§) Als bedrijvend werkwoord is tetflctl regelmatig.