Boekgegevens
Titel: Hoogduitsche spraakkunst, of Gemakkelijke wijze om de Hoogduitsche taal te leren
Auteur: Meidinger, J.V.; Elberts, W.A.
Uitgave: Zwolle: W.E.J. Tjeenk Willink, 1870
14e dr.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1813 D 23
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204583
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse taalkunde
Trefwoord: Duits, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Hoogduitsche spraakkunst, of Gemakkelijke wijze om de Hoogduitsche taal te leren
Vorige scan Volgende scanScanned page
211
herwaarts 3 gebracht 4>. Het doet mij leed, dat mejufvrouw
uwe zuster niet hier 5 is. Intusschen 6 hen ik blijde (is het
mij lief) 7, dat gij hier zijt. Doch het bevreemdt mij, dat gij
niet drinkt. Ik heb vaak. Dan 8 hebt gij slaap, dan 8 zijt
gij koud, en dan wederom scheelt u wat anders^. — Heeft
die mau honger? — Zij heeft gedroomd. — Het ga hun wel.
1. »crmuthcn, muth? 4. führen. 8. balb.
ma§cn. 5. ^tcr. 9. unb bann mlebcr
2. bcéiDcgen. 6. inbefifcn. fi^U 3hnen iU
3. hichcr. 7. Cé mir lieb. roaé Slnbcrcé.
148.
Geloofwaardige 1 reizigers 2 verhalen 3, dat er in 4 de moe-
rassen 5 van den Ganges krokodillen 6 zijn van zulk eene
grootte 7, dat een man overeind 8 in hunnen muil 9 kan
staan 10. — Er zijn slangen 11, die door 12 de menschen
gegeten 13 worden. — De salamander 14, een ticeeslachtig
dier , dat op lommerrijke 16 plaatsen 17 en bij 18 gebou-
wen 19 gevonden 20 wordt, kan het eenigen tijd zonder scha-
de 11 in een matig 22 kolenvuur 23 uithouden 24, terwijl 25
hij deels 26 door 27 den mond, deels door kleine, over 28
het lichaam verspreide 29 openingen 30 een melkachtig 31
sap 32 van zich geef waardoor 34 hij den gloed 35 ver-
mindert 36.
1. glaubiDÜrbig.
2. bcr3vcifcnbc/(zie
pag. 83.)
3. crja'hlcn.
4. in, (3).
5. 5)Jöraft(a),m.2.
6. Ärofobill, m. 2.
7. ton einer folc^cn
©rófe.
8. aufrecht.
9. Stachen, m. 1.
10. lachen fann.
11. ©chlangc/ f. 3.
12. i3on, (3).
13. ge9effen,(deelw.)
14. (galamanbcr,
m. 1.
15. 21mphfbic, f. 3.
16. fd;atfi9.
17. Drt, m. 2.
18. bei, (3).
19. ©cbaube, n. 2.
20. gefunbcn.
21. ohne Schaben.
22. fchmach.
23. jfohlcnfeuer, n.
1.
24. aushalten.
25. inbem.
26. theilé.
27. burch, (4).
28. über, (4).
29. jerftrcuen.
30. Dcffnung, f. 3.
31. milchichf.
32. êaft (a), m. 2.
33. üon fid; fprigen.
34. raoburch-
35. ©luth, f.
36. minbern.
14*