Boekgegevens
Titel: Hoogduitsche spraakkunst, of Gemakkelijke wijze om de Hoogduitsche taal te leren
Auteur: Meidinger, J.V.; Elberts, W.A.
Uitgave: Zwolle: W.E.J. Tjeenk Willink, 1870
14e dr.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1813 D 23
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204583
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse taalkunde
Trefwoord: Duits, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Hoogduitsche spraakkunst, of Gemakkelijke wijze om de Hoogduitsche taal te leren
Vorige scan Volgende scanScanned page
207
3nfinifb, (©ingform).
Onbepaalde w ij z e.
Tegenwoordige tijd. regncn , regenen.
Verleden tijd. geregnet haten, geregend hebben.
Toekomende tijd. regnen ttJerbcn, te zullen regenen.
3nbieatiü, (33irflichfeitéforni). eonjunctio, (Wögltchfeitéform).
Aantoonende wijze. Aanvoegende wijze.
sprSfené, (©egenwart).
Tegenwoordige tijd.
eé regnet, het regent. eé regne, het regene.
imperfectum, (9)Iitüergangenheit).
Onvolmaakt verleden tijd.
eé regnete, het regende. cé regnete, het regende.
perfectum, (23ergangenhelt).
Volmaakt verleden tijd.
cé hat geregnet, het heeft ge- eé hate geregnet, het hebbe
regend. geregend.
piuéquampcrfectum, (3?oroergangenheit).
Meer dan volmaakt verleden tijd.
eé hatte geregnet, het had ge- eé hätte geregnet, het hadde
regend. geregend.
guturum abfolutum, (Jufunft).
Eerste toekomende tijd.
eé wirb regnen, het zal rege- eé roerbe regnen, het zal rege-
nen. nen.
guturum ej;actum, (Qjorjufunft).
Tweede toekomende tijd.
Cé rcirb geregnet haben, het cé werbe geregnet haten, het
zal geregend hebben. zal hebben geregend.