Boekgegevens
Titel: Hoogduitsche spraakkunst, of Gemakkelijke wijze om de Hoogduitsche taal te leren
Auteur: Meidinger, J.V.; Elberts, W.A.
Uitgave: Zwolle: W.E.J. Tjeenk Willink, 1870
14e dr.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1813 D 23
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204583
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse taalkunde
Trefwoord: Duits, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Hoogduitsche spraakkunst, of Gemakkelijke wijze om de Hoogduitsche taal te leren
Vorige scan Volgende scanScanned page
204
dat zij andermaal 22 tot 23 eene bedevaart naar het 24 feest 25
bij 26 de kapel van St. Vitus moeden beduiten 27, ten ein-
de 28 zich op 29 de gemelde 30 wijze voor 31 een jaar weder
rust 32 te verschaffen. De kapel bevond 33 zich in 34 de
nabijheid 35 van Ulm.
19. in, (3). 25. gcfï, n. 2. 30. erraij^nt.
20. @Iicb, n. 4. 26. bd, (3). 31. für, (4).
21. quälen. 27. ftdj entfchliegen 32. 3luhe, f.
22. abermalé. mugten. 33. befanb.
23. JU, (3). 28. um. 34. in, (3).
24. jum, (ju bem). 29. auf, (4). 35. 3Rähe, f.
OVEE DE ONZIJDIGE WEEKWOOEDEN.
1. Onzijdige {niet overganhelijhè) werkwoorden duiden eene
werking aan, die niet op een ander voorwerp rechtstreeks
overgaat; b. v. irf) gehe, ik ga; ich fprcchc, ik spreek, enz.
2. Daar deze onzijdige werkwoorden niet overgankelijk zijn,
kunnen zij ook niet lijdend gemaakt worden. Men kan dus
wel zeggen; ich arbeite, ik werk; ich fchlaf«, ik slaap, maar
niet: ich iBcrbc gearbeitet, ik word gewerkt; ich werbe gefd;la;;
fen, ik word geslapen. Echter kunnen zij, als onpersoonlijk
gebezigd, den lijdenden vorm aannemen, eé wirb getanjt,
gefprochen, er wordt gedanst, gesproken, enz.
S. Sommige onzijdige werkwoorden worden als bedrijvende
gebruikt in uitdrukkingen, gelijk de volgende: er hat einen
guten jfampf gefämpft, hij heeft eenen goeden strijd gestreden;
cr fdjiäft ben legten ©djlaf, hij slaapt den laatsten slaap, enz.
4. De enkele tijden der onzijdige werkwoorden worden ver-
voegd, gelijk de enkele tijden van eèn bedrijvend werkwoord.
Doch met opzicht tot de samengestelde tijden, kan men de
onzijdige werkwoorden verdeelen :
a. in zulke, die met het hulpwoord haben worden ver-
voegd, en
b. in zulke, die het hulpwoord fein aannemen.
5. Alle onzijdige werkwoorden, die meer eene werlcing van
het onderwerp aanduiden, of ook hetzelve, wel is waar, in eene
beweging, doch in eene beweging zonder doel, niet naar eene
andere plaats, of in een' anderen toestand verplaatsen, ver-