Boekgegevens
Titel: Hoogduitsche spraakkunst, of Gemakkelijke wijze om de Hoogduitsche taal te leren
Auteur: Meidinger, J.V.; Elberts, W.A.
Uitgave: Zwolle: W.E.J. Tjeenk Willink, 1870
14e dr.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1813 D 23
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204583
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse taalkunde
Trefwoord: Duits, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Hoogduitsche spraakkunst, of Gemakkelijke wijze om de Hoogduitsche taal te leren
Vorige scan Volgende scanScanned page
203
142.
De St. Yitusdans 1 is eene ziekte 2, welke zich voorname-
lijk 3 door snel 4 afwisselende 5 kramptrekkingen 6 openbaart 7,
waardoor 8 zulke hevige en menigvuldige 9 bewegingen 10
van het lichaam 11 worden voortgebracht 12 , dat de zieke 13
het aanzien 14 van een' dansende 15 verkrijgt 16. De naam
der ziekte wil men, dat daardoor ontstaan is 17 dat in vroegere
dagen\% bedevaarten 19 naar 20 eene kapel 21 van St. Vitus
plaats hadden 22, waarheen 23 zich ook vrouwen 24 begaven 25,
die zich daarmede 26 behebt 27 gevoelden.
1. et. (©anct) 11. Körpcr, m. 1. 22. @taft fanbcn,
Scigtanj, 2. 12. heroorgcbracht. (onv. verl. tijd.)
2. jfranthclt, f. 3. 13. franf. 23. wohin.
14. Slnfehett/ 1-
15. tanjcn.
16. befommen.
17. foll baburd) ent?
fianben fcin.
]8. in bcr Vorjcit.
19. sfflaEfahrt, f. 3.
20. JU, (3).
21. .Kapcüc, f. 3.
■ 3. üorjüglich.
4. fd;nca.
5. iïicd;fcln.
6. jïrampf (ä),
m. 2.
7. offenbaren.
8. iroburd).
9. mand^faltig.
10. Semegung, f. 3.
24. grauenjimmer,
n. 1.
25. begaben, (onv.
verl. tijd.)
26. baoon.
27. angegrifcn.
28. fühlen.
142.
Vervolg.
Baar 1 lorst 2 dan de ziekte uit 2, de lijders 3 dansten als
razenden 4 zoo lang 5, tot dat 6 zij in zwijm 7 en in stuip-
trekking 8 vielen 9, waarop 10 zij zich voor 11 het geheele 12
jaar hersteld 13 gevoelden. Was het jaar om 14 en de
maand Meilh naderde 16 weder, zoo werden zij door terug-
keerende 17 onrust 18 in 19 alle leden 20 zoo zeer gekweld 21,
1. bort.
2. brach ... aué.
3. l^eiber, m. 1.
4. rafen.
5. fo lange.
6. bié.
7. Ohnmacht, f.
8. !8erjucfung,f.3.
9. fielen.
10. worauf.
11. für, (4).
12. ganj.
13. wieber hcrgcfïellf,
(deelwoord.)
14. war baé
Dcrfloffen.
15. Der ?Wai.
16. fid) nahen.
17. fid) wicber ein?
fïellen.
18. Unruhe, f.