Boekgegevens
Titel: Hoogduitsche spraakkunst, of Gemakkelijke wijze om de Hoogduitsche taal te leren
Auteur: Meidinger, J.V.; Elberts, W.A.
Uitgave: Zwolle: W.E.J. Tjeenk Willink, 1870
14e dr.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1813 D 23
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204583
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse taalkunde
Trefwoord: Duits, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Hoogduitsche spraakkunst, of Gemakkelijke wijze om de Hoogduitsche taal te leren
Vorige scan Volgende scanScanned page
200
«Pcrfccfum, (SScrgangcnhclf).
Volmaakt verleden tijd.
ich habe mich gefreut, ik hebbe mij verblijd,
bu höbeft bich gefreut, gij hebbet u verblijd,
er habe fich gefreut, hij hebbe zich verblijd,
air haben uné gefreut, wij hebben ons verblijd,
ihr habet euch gefreut, gij hebbet u verblijd,
fte haben fich gefreut, zij hebben zich verblijd.
piuéquamperfcftum, (Qjorüergangenheit).
Meer dan volmaakt verleden t ij d.
ich hätte mich gefreut, ik hadde mij verblijd. ,
bu hä'ttcf? bich gefreut, gij haddet u verblijd,
cr hätte fleh gefreut, hij hadde zich verblijd,
lüir hätten uné gefreut, wij hadden ons verblijd,
ihr hättet euch gefreut, gij haddet u verblijd,
fte hätten ftch gefreut, zij hadden zich verblijd.
futurum abfolutum, (^ufunft).
Eerste toekomende tijd.
ich njcrbe mich freuen, ik zal mij verblijden,
bu njcrbefï bief; freuen, gij zult u verblijden,
er werbe ftch freuen, hij zal zich verblijden,
mir roerben uné freuen, wij zullen ons verblijden,
ihr n?crbct cud) freuen, gij zult u verblijden,
fie roerben fid; freuen, zij zullen zich verblijden.
futurum cynctttm, (33orjufunff).
Tweede toekomende t ij d.
id; roerbe mid; gefreut haben, ik zal mij verblijd hebben,
bu rocrbcfi bich gefreut haben, gij zult u verblijd hebben,
er roerbe ftch gefreut ^abcn, hij zal zich verblijd hebben,
roir roerben uné gefreut haben, wij zullen ons verblijd hebben,
ihr roerbet euch gcfrcut haben, gij zult u verblijd hebben,
fte roerben fid; gcfrcut haben, zij zullen zich verblijd hebben.
Al de wederkeerende werkwoorden nemen in het Hoogduitsch
het hulpwerkwoord haben, gelijk in het Nederlandsch hebben,
bij zich.