Boekgegevens
Titel: Hoogduitsche spraakkunst, of Gemakkelijke wijze om de Hoogduitsche taal te leren
Auteur: Meidinger, J.V.; Elberts, W.A.
Uitgave: Zwolle: W.E.J. Tjeenk Willink, 1870
14e dr.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1813 D 23
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204583
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse taalkunde
Trefwoord: Duits, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Hoogduitsche spraakkunst, of Gemakkelijke wijze om de Hoogduitsche taal te leren
Vorige scan Volgende scanScanned page
197
participia, (?0;if(cIn)örfcr).
Deelwoorden.
Tegenwoordige tijd. jtc^ frcucnb, zich verblijdende.
Verleden tijd. fid) gcfrcut ((;abcnb), zich verblijd (hebbende).
3nbica(iü, (SSirflichfcitéform).
Aantoonende wijs.
^rafcné, (©cgcnmart).
Tegenwoordige tijd.
icf) freue mich/ ik verblijd mij.
bu freufï bich, gij verblijdt u.
er freut ftch/ hij verblijdt zich.
roir freuen uné, wij verblijden ons.
ihr freuet cud;, gij verblijdt u.
fte freuen ftch, ^^ verblijden zich.
imperfectum, (?Oïitöergangenheit).
Onvolmaajct verleden tijd.
ich freute mid;, ik verblijdde mij.
bu freutcfï bich/ gij verblijddet u.
cr freute ftch, hij verblijdde zich.
iBir freuten uné, wij verblijdden ons.
ihr freutet end;, gij verblijddet u.
fte freuten ftch/ verblijdden zich.
perfectum, (SScrgangcnheit).
Volmaakt verleden tijd.
ich habe mid) gefreut, ik heb mij verblijd,
bu hafï bich gcfrcut, gij hebt u verblijd,
er haf fich gefreut, hij heeft zich verblijd.
n)ir haben uné gcfrcut, wij hebben ons verblijd,
ihr habt euch gefreut, gij hebt u verblijd,
fte haben ftch gefreut, zij hebben zich verblijd.