Boekgegevens
Titel: Hoogduitsche spraakkunst, of Gemakkelijke wijze om de Hoogduitsche taal te leren
Auteur: Meidinger, J.V.; Elberts, W.A.
Uitgave: Zwolle: W.E.J. Tjeenk Willink, 1870
14e dr.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1813 D 23
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204583
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse taalkunde
Trefwoord: Duits, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Hoogduitsche spraakkunst, of Gemakkelijke wijze om de Hoogduitsche taal te leren
Vorige scan Volgende scanScanned page
196
bezigd worden; b. v. ic^ licSfe mic^. Zoo ook (|td;) irafchen,
(zich) wasschen, (ftd;) kfrügen, (zich) bedriegen, enz. en
over het algemeen alle bedrijvende werkwoorden.
Wanneer twee of meer onderwerpen wederkeerig op elkan-
der werken, bedient men zich van ftc^ of clnanbet, elkander,
(malkanderen).
©ie Äreife berühren fich. cirkels raken elkander,
griebrlch unb SBilhelm lieben Frederik en Willem beminnen
einanber. elkander.
2. De meeste wederkeerende werkwoorden worden met den
vierden naamval der persoonlijke voornaamwoorden verbonden,
b. V. ich f«"« mich' ik verblijd m}', ich fchäme mich/ik schaam
mij, enz. Doch er zijn ook eenige die het persoonlijke
voornaamwoord in den derden naamval aannemen, te weten :
ftch einbilben, zich verbeelden,
ftch getrauen, durven,
ftch flnmagcn, zich aanmatigen,
ftch fchmeicheln, zich vleien,
ftch wibcrfprechcn, zich tegenspreken,
ftch (Stwaé) erbitten, (iets) door bidden verkrijgen,
ftc^i (Stmaé) faufen, zich (iets) koopen.
alsmede al degenen, die, behalve het voornaamwoord fïch,
nog eene zaak, of een iets nevens zich dulden.
Deze worden derhalve op de volgende wijze vervoegd:
td; fd)mcichle mir, ik vlei mij.
bu fchmetcheiff bir, gij vleit u.
er fchmeid^clt fich, hij vleit zich.
mir fchmeicheln uné, wij vleien ons.
ihr fchmcichclt euch, gij vleit u.
fie fchmeicheln fich, ^ij vleien zich, enz. in al de overige
tijden.
Vervoeging van het wederkeerende werkwoord
ftd; freuen, zich verblijden.
3nftnifiü, (Singform).
Onbepaalde w ij z e.
Tegenwoordige tijd. ftch frcucn, zich verblijden.
Verleden tijd. fïch gefreut hoben, zich verblijd hebben.