Boekgegevens
Titel: Hoogduitsche spraakkunst, of Gemakkelijke wijze om de Hoogduitsche taal te leren
Auteur: Meidinger, J.V.; Elberts, W.A.
Uitgave: Zwolle: W.E.J. Tjeenk Willink, 1870
14e dr.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1813 D 23
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204583
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse taalkunde
Trefwoord: Duits, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Hoogduitsche spraakkunst, of Gemakkelijke wijze om de Hoogduitsche taal te leren
Vorige scan Volgende scanScanned page
193
wir werben gelobt,
ihr werbet gelobt,
fte werben gelobt.
wij worden geprezen,
gij werdet geprezen,
zij worden geprezen.
imperfectum, (ïOIitPcrgangenheit).
Onvolmaakt verleden t ij d.
ich würbe gelobt,
bu würbcjl gelobt,
er würbe gelobt,
wir würben gelobt,
ihr würbet gelobt,
fie würben gelobt,
ik werde geprezen,
gij werdet geprezen,
hij werde geprezen,
wij werden geprezen,
gij werdet geprezen,
zij werden geprezen.
perfectum, (23ergangcnheit).
Volmaakt verleden t ij d.
ich fei gelobt worben,
bu fciefl gelobt iDorbcn,
er fei gelobt worben,
wir feien gelobt worben,
ihr feiet gelobt worben,
fte feien gelobt worben.
ik zij geprezen geworden,
gij zijt geprezen geworden,
hij zij geprezen geworden,
wij zijn geprezen geworden,
gij zijt geprezen geworden,
zij zijn geprezen geworden.
piuéquamperfectum, (23oröergangenhelt).
Meer dan volmaakt verleden tijd.
id) Ware gelobt worben,
bu wäre)! gelobt worben,
er wäre gelobt worben,
it)ir wären gelobt worben,
ihr wäret gelobt worben,
fte wären gelobt worben,
ik ware geprezen geworden,
gij wäret geprezen geworden,
hij ware geprezen geworden,
wij waren geprezen geworden,
gij wäret geprezen geworden,
zij waren geprezen geworden.
guturum abfolutum, (Jufunft).
Eerste toekomende tijd.
ich tferbe gelobt werben,
bu wcrbefl gelobt werben,
cr werbe gelobt werben,
wir werben gelobt werben,
ihr werbet gelobt werben,
fte werben gelobt werben,
14 DRUK.
ik zal geprezen worden,
gij zult geprezen worden,
hij zal geprezen worden,
wij zullen geprezen worden,
gij zult geprezen worden,
zij zullen geprezen worden.
13