Boekgegevens
Titel: Hoogduitsche spraakkunst, of Gemakkelijke wijze om de Hoogduitsche taal te leren
Auteur: Meidinger, J.V.; Elberts, W.A.
Uitgave: Zwolle: W.E.J. Tjeenk Willink, 1870
14e dr.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1813 D 23
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204583
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse taalkunde
Trefwoord: Duits, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Hoogduitsche spraakkunst, of Gemakkelijke wijze om de Hoogduitsche taal te leren
Vorige scan Volgende scanScanned page
192
gufurum «factum, (Sorjufunft).
Tweede toekomende tijd.
id^ rccrbc gelobt roorbcn fcin, ik zal geprezen geworden zijn.
tu roirft gelobt toorben fein,
er mirt gelobt roorben fein,
mir merben gelobt mortenfein,
ihr mertet gelobt morben fein,
fte merben gelobt morten fein.
gij zult geprezen geworden zijn.
hij zal geprezen geworden zijn.
wij zullen gepr. geworden zijn.
gij zult geprezen geworden zijn.
zij zullen gepr. geworden zijn.
(Eonbitionalié, (Scbingungéform).
V o o r w a a r d e 1 ij k e w ij z e.
^ra'fcné, (©cgenmart).
Tegenwoordige tijd.
ich mürbe gelobt merben,
bu mürbeft gelobt merben,
er mürbe gelobt merben,
mir mürben gelobt merben,
ihr mürbet gelobt merben,
fte mürben gelobt merben.
" - ö " - -j —
ik zoude geprezen worden,
gij zoudet geprezen worden,
hij zoude geprezen worden,
wij zouden geprezen worden,
gij zoudet geprezen worden,
zij zouden geprezen worden.
sperfectum, (Sergangenhclt.)
Verleden t ij d.
ich mürbe gelobt morben fein, ik zou geprezen geworden zijn.
bu mürbeft gelobt morben fein, gij zoudt gepr. geworden zijn.
er mürbe gelobt morben fein, hij zou geprezen geworden zijn.
mir mürben gelobt morben fein, wij zouden gepr. geworden zijn.
ihr mürbet gelobt morben fein, gij zoudt gepr. geworden zijn.
fte mürben gelobt morten fein, zij zouden gepr. geworden zijn.
€on|uticfiü, (5J?öglichfeiföform).
Aanvoegende wijze.
^rafené (©egenmart).
Tegenwoordige tijd.
ich »'«rte gelobt,
tu mertefi gelobt,
et merte gelobt.
ik worde geprezen,
gij wordet geprezen,
hij worde geprezen.