Boekgegevens
Titel: Hoogduitsche spraakkunst, of Gemakkelijke wijze om de Hoogduitsche taal te leren
Auteur: Meidinger, J.V.; Elberts, W.A.
Uitgave: Zwolle: W.E.J. Tjeenk Willink, 1870
14e dr.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1813 D 23
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204583
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse taalkunde
Trefwoord: Duits, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Hoogduitsche spraakkunst, of Gemakkelijke wijze om de Hoogduitsche taal te leren
Vorige scan Volgende scanScanned page
184
22. quafcn.
23. ©riac, f. 3.
24. jlrpcn.
25. BUnc, f. 3.
33. ïaube, f. 3.
34. girren.
35. ©perling, m. 2.
36. pipen.
37. ©chrcalbc, f. 3.
38. jraitfchern.
kwakt 22. De krekel 23 sjilpt 24. De bij 25 gonst 26. De
haan 27 kraait 28. Het hoen 29 kakelt 30. De eendvogel 31
kwaakt 32. De duif 33 kirt 34. De musch 35 tjilpt 36. De
zwaluw 37 kwettert 38.
19. 3iege, f. 3. 26. fummcn.
20. mecfcrn. 27. J^a^n (a), m. 2.
21. grofd) (ó), m. 2. 28. fräßen.
29. Jp)uhn (ü), n. 4.
30. gacfcrn.
31. (Snte, f. 3.
32. fd;nrtttcrn.
126.
De paarden hinneken. De schapen blaten. De honden
blaffen. De leeuwen brullen. De beren brommen. De var-
kens knorren. De ezels balken. De katten mauwen. De
wolven huilen. De geiten blaten. De kikvorschen kwakken.
De krekels sjilpen. De bijen gonzen. De hanen kraaien.
De hoenders kakelen. De eenden kwaken. De duiven kirren.
De musschen tjilpen. De zwaluwen kwetteren.
127.
Verveelt 1 gij u 1 hier niet ? Hoe zoude ih 2 mij hunnen 2
vervelen in 3 zulk een aangenaam gezelschap 4? Ik dans 5,
ik zing 6, ik scherts 7, ik lach 8, ik praat 9, ik speel 10;
men verhaalt mij duizend schoone dingen, en ik verhaal ej 11
ook; maar g\j doet niets 1%, daarom 13 verveelt gij u. Ik
verzamel 14 vruchten 15. Gij bedilt 16 hem, dewijl 17 hij
zoo handelt 18. Zij redde 19 het kind. Wijze mannen acht 20
men en heeft men altijd geacht.
1. gangcracile haben. 8. lachen.
2. SBie fonnfe id;. 9. plaubern.
3. in, (3). 10. fpielen.
11. beren.
12. ©ie thun nichfé.
13. beéroegen.
14. fammeln.
128.
Ik wenschte 1, dat gij (2 pers. enh.) den tijd wel besteed-
det 2, dat gij met vlijt 3 werktet 4, dat gij de deugd bemin-
4. @efcllfd)aft,f.3.
5. tanjen.
6. fingen.
7. fcherjen.
15. grucht (ü), f. 2.
16. tabeln.
17. meil.
18. hanbeln.
19. retten.
20. achten.