Boekgegevens
Titel: Hoogduitsche spraakkunst, of Gemakkelijke wijze om de Hoogduitsche taal te leren
Auteur: Meidinger, J.V.; Elberts, W.A.
Uitgave: Zwolle: W.E.J. Tjeenk Willink, 1870
14e dr.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1813 D 23
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204583
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse taalkunde
Trefwoord: Duits, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Hoogduitsche spraakkunst, of Gemakkelijke wijze om de Hoogduitsche taal te leren
Vorige scan Volgende scanScanned page
182
hoe veel verliest uw leven; in plaats van: -fficntl bu O^UC
greunb bifï, fo cerliert bcin geben otel.
Over het gebruik van de tijden der werkwoorden.
Ten einde de levendigheid en fraaiheid van den stijl te
bevorderen , gebruikt men dikwerf den tegemcoordigen in plaats
van deii onvolmaaU verleden of van den toekomenden tijd,
waardoor men dan eene verleden of toekomende gebeurtenis,
als het ware als tegenwoordig voorstelt;
Unter bieten Befdjmerben unb Onder vele moeielijkheden
»telen ©efa^ren fe^rten Je^ntau; en vele gevaren keerden tien
fenb @ried)en unterSenophon'^^ duizend Grieken, onder Xe-
Slnfu^rung aué Siften in i^re nophon's aanvoering, uit Azië
J^eimathjurücf. Gnblich erreich; naar hunne haardsteden terug,
ten fie baé SHeer, roelcheé fte »on Eindelijk bereikten zij de zee,
ihrem SJaterlanbe trennte, greu; welke hen van hun vaderland
betrunfen befïeigen nun btefe scheidde. Dronken van vreugde
•gelben bie Sinhoh«" beé ©e; beklimmen nu deze helden de
fiabeé, crfpahen baé fchöne hoogte der oevers, slaanxt^-
@riechenlanb,unbn)etnenshrä; halzend een' blik op het
nen bergreube. — „goigetmir!" schoone Griekenland en «Vor-
ruft ber gelbherr. „Schgehe ten tranen van vreugde. —■
»oran unb führe euch ficher. „Volgt mij!" de veldheer.
S)te ©ótter finb mit uné unb „Ik ga vooraan eu geleid u
roir erringen ben ©ieg." „veilig. De Goden zijn met
„ons en wij behalen de zege."
XXI. opstellen over de regelmatige werkwoorden.
123.
De wijze 1 verhaalt 2 slechts 3 hetgeen 4 te weten 5 merk-
waardig 6 is. Hetgeen voor 7 u aangenaam 8 is te verhalen,
is vaak 9 voor een' ander' onaangenaam te hooren 10. Wacht
M 11 te zeggen 12 en te doen 13 hetgeen schandelijk 14 is.
Wanneer 15 gij gelegenheid hebt, om anderen weite doen
1. ÏBetfe. 6. merfroürbig. 11. hüte bich-
2. erjahlen. 7. für, (4). 12. fagen.
3. nur. 8. angenehm. 13. thun.
4. baé, rcaé. 9. oft. 14. fd;änblich.
5. miffen. 10. hören. 15. meun.