Boekgegevens
Titel: Hoogduitsche spraakkunst, of Gemakkelijke wijze om de Hoogduitsche taal te leren
Auteur: Meidinger, J.V.; Elberts, W.A.
Uitgave: Zwolle: W.E.J. Tjeenk Willink, 1870
14e dr.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1813 D 23
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204583
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse taalkunde
Trefwoord: Duits, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Hoogduitsche spraakkunst, of Gemakkelijke wijze om de Hoogduitsche taal te leren
Vorige scan Volgende scanScanned page
181
mürbe bie ©onne an allen zou de zon op alle plaatsen
£)r(en JU gleich« auf? ter zelfder tijd opgaan,
gehen.
.^attefl bu boch gefchmiegen. Hadt gij maar gezwegen.
SBare(ï bu aufrichtig, fo glaubte Indien gij oprecht waart, zou
man bir. men u gelooven.
4. De gebiedende wijze dient niet slechts om te gebieden
en te verbieden, maar ook om te verzoeken, te vermanen, te
raden, te waarschuwen, enz. De eerste persoon wordt ge-
woonlijk door la(fen, laten , en mollen, willen, omschreven;
b. v. in plaats van: Sieben mir nicht mehr baoon! spreken
wij er niet meer over! zegt men gewoonlijk: Sagt, Sag uné
of Sa ff en ©ie uné nicht mehr baoon reben; of 3Bir mollen
nicht mehr bacon rebcn; laat ons niet meer daarover spreken.
Daar de gebiedende wijze, volgens haren aard, alleen be-
trekking heeft tot den tweeden persoon, zoo is het gebruik
dezer wijze in dien persoon ook menigvuldiger dan in de
andere personen; b. v. Sntbehre «nb genie ge! Ontbeer
en geniet.
Zoo ook in den derden persoon wanneer deze in plaats
van den tweeden staat, zie bladz. 110, b. v. ©agen ©ie
mir! zeg mij! .^ören ©ie! Hoor!
In plaats van de gebiedende wijze gebruikt men ook dik-
werf bij verkorting slechts het verleden deelwoord, de on-
bepaalde wijs, een zelfstandig naamwoord of bijwoord: (Erft
gearbeitet, bann g eg effen! Eerst gewerkt, daarna gegeten!
Men maakt veel gebruik van den tegenwoordigen tijd der
aanvoegende wijze met bag, in plaats van de gebiedende
wijze; b. v. jïinber, bag ihr gefchirft feiet (in stede van feib
gefchirft). Kindereu! zijt zoet; Dag ihr euch nicht jaufet! (in
stede van Janfct euch nicht), kijft niet met elkander; Dag
2llleé fertig fei, mann ich »ieber fomme, dat alles gereed zij,
wanneer ik terug kom. Dit alles zegt men, met eene uit-
lating in de rede; en men moet er onder verstaan: ^ch
befehle euch, tag k.. Ik beveel u dat, enz.
In den deftigen stijl gebruikt men de gebiedende wijze,
om een mogelijk geval verkort uit te drukken: ©el ohne
greunb, mie ciel »erllert bein Seben. Wees zonder vriend,