Boekgegevens
Titel: Hoogduitsche spraakkunst, of Gemakkelijke wijze om de Hoogduitsche taal te leren
Auteur: Meidinger, J.V.; Elberts, W.A.
Uitgave: Zwolle: W.E.J. Tjeenk Willink, 1870
14e dr.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1813 D 23
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204583
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse taalkunde
Trefwoord: Duits, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Hoogduitsche spraakkunst, of Gemakkelijke wijze om de Hoogduitsche taal te leren
Vorige scan Volgende scanScanned page
171
Bij lehren en lernen, verkiest men echter den regelmatigen
vorm, dus: er \)at mir fefen geteert, hij heeft mij leeren lezen,
id) ^abe i^n fennen gelernt, ik heb hem leeren kennen.
B. Vorming der tijden.
7. Be tegenwoordige tijd wordtjl van de onbepaalde wijze
gevormd door en weg te laten en de volgende uitgangen er
bij te voegen :
Aant. wijze. Aanv. wijze.
11'" pers. e. e.
. 2"«
Enkv. „ e|ï(|ï). e|ï.
„ et (t). e.
II"" pers. en. en.
„ et (t). et.
„ en. en.
8. De onvolmaaht verleden tijd op dezelfde wijze met de
volgende uitgangen:
Aant. wijze. Aanv. wijze.
1"° pers. te. etc.
Enkv. • „ te(t. etefl.
3"" „ fe. ete.
II'" pers. ten. eten.
2"'" „ tet. etet.
3"= „ ten. eten.
Eegelmatige werkwoorden, die tot sluitletter van den wortel
eene b, t of tl) hebben, gaan in het verleden deelwoord steeds
op et en in den onvolmaakt verleden' tijd der aantoonende
zoo wel als der bijvoegende wijze op ete uit: b. v. rcben,
spreken, gercbct, gesproken, ic^ rebete, ik sprak, bag ic^ rebetc,
dat ik sprake.
Werkwoorden, die uitgaan op cln en ern, worden vervoegd
als of zij op elcn en eren, uitgingen, en dan wordt in den eersten
persoon van den tegenwoordigen tijd de eerste e gewoonlijk
weggelaten: id) fammle, anbre, in plaats van id) fammele,
anbcrc; doch in de overige deelen wordt de laatste e uitgelaten;
öu fammelfl, er fammclt, roir fammeln, enz. id) fammelte, bu
fammcltcfl, enz. verl. deelwoord gcfammelt.
In den tweeden en derden persoon van het enkelvoud in
É