Boekgegevens
Titel: Hoogduitsche spraakkunst, of Gemakkelijke wijze om de Hoogduitsche taal te leren
Auteur: Meidinger, J.V.; Elberts, W.A.
Uitgave: Zwolle: W.E.J. Tjeenk Willink, 1870
14e dr.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1813 D 23
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204583
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse taalkunde
Trefwoord: Duits, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Hoogduitsche spraakkunst, of Gemakkelijke wijze om de Hoogduitsche taal te leren
Vorige scan Volgende scanScanned page
169
de 5 is de weglating der c willekeurig: men zegt zoowel fic[)n,
staan, gc^"/ gaan, als (ïc^cn, gc^en.
Over de vorming der t ij den.
A. Deelwoorden.
3. Men vormt het tegenwoordig deelvjoord door eene fc
achter de onbepaalde wijze te voegen; b. v. Uebcn, lieben^b,
beminnende.
4. Om het verleden deelwoord te vormen voegt men voor
de onbepaalde wijze van een werkwoord het voorvoegsel ge en
verandert den uitgang cn in et of gewoonlijk t ; b. v. lieten,
geliebet, of geliebt, bemind.
5. In de volgende gevallen neemt het verleden deelwoord
het voorvoegsel ge niet aan:
a. voor de werkwoorden met den basterduitgang iren of
teren; b. v.
commanbiren, kommandeeren, commanblrf, gecommandeerd,
regieren, regeeren, regiert, geregeerd.
l. voor de werkwoorden, beginnende met een der voor-
voegsels be, ge, emp, ent, er, üer, ücrab, eerum en jer; b. v.
berichten, berichten, berichtet, bericht,
gehorchen, gehoorzamen, gchord;t, gehoorzaamd,
entehren, onteeren, entehret, onteerd.
jcrfïrcucn, verstrooien, jcrfircnt, verstrooid.
c. voor de werkwoorden, samengesteld met burch, door,
hinter, achter, über, over, urn, om, unter, oftder en üoH,
vol, wanneer deze woorden als onscheidbaar voorkomen, en
de klemtoon niet op deze voorvoegsels, maar op den wortel
van het werkwoord zelf valt; b. v.
burch mach en, doorwaken, burch ma cht, doorwaakt,
über fc gen, vertalen, über fegt, vertaald,
pollen ben, vol|ooien, eoHenbet, voltooid.
d. voor sommige werkwoorden, samengesteld met het voor-
voegsel mig, mis, als mtgltn g CU, mislukken, migfaHen,
mishagen, mig t r a u e n, mistrouwen, mig ü c r |ï c h e n, verkeerd
begrijpen; b. v,
eé ifï mir mtglungcn, het is mij mislukt.