Boekgegevens
Titel: Hoogduitsche spraakkunst, of Gemakkelijke wijze om de Hoogduitsche taal te leren
Auteur: Meidinger, J.V.; Elberts, W.A.
Uitgave: Zwolle: W.E.J. Tjeenk Willink, 1870
14e dr.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1813 D 23
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204583
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse taalkunde
Trefwoord: Duits, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Hoogduitsche spraakkunst, of Gemakkelijke wijze om de Hoogduitsche taal te leren
Vorige scan Volgende scanScanned page
168
gen 5 zijn, dat 6 men ze nauwelijks 7 bemerkt 8. Ik raad 9
u [tweede pers. enJcelv.) vlijtiger te zijn, dan gij tot nog
toelO geweest zijt, opdat 11 gij ook meer geaclit 12 wordet
[aanv. wijze).
{Men vertale dit laatste ook met den tweeden pers. meerv.)
4. attdn. 7. faum. 10. bié jc^t.
5. terfïccft. 8. fpürcn. 11. bamit.
6. baf. 9. rathc. 12. geachtet.
OVER DE VERVOEGING DER REGELMATIGE
WERKWOORDEN.
1. Een werkwoord is regelmatig, wanneer hetzelve, door
de geheele vervoeging heen, geene verandering van wortel-
klinker ondergaat, en in den onvolmaakt verleden tijd te, en
in het verleden deelwoord et of f met het voorvoegsel ge heeft;
als: llebett, beminnen.
^rafené, (©cgenroart).
Tegenwoordige t ij d.
id; Iie()e, ik bemin.
Smperfecfum, (ïOIitcergangenheit).
Onvolmaakt verleden tijd.
ich Hebte, ik beminde.
^articip, (5)Iiffetroorf).
Verleden deelwoord,
gelicbet of geliebt, bemind.
2. Al de werkwoorden der Hoogduitsche taal gaan in de
onbepaalde wijze uit op en of n. Men laat de c voor de n
weg, wanneer het achtervoegsel (en) wordt voorafgegaan door
eene I of r, die niet het begin eener lettergreep uitmaakt-,
b. V. mil^bcrn, verzachten, fchüt^tcln, schudden. Doch men
behoudt de c, wanneer de I of r aan het begin der eindlet-
tergreep staat; b. v. füh^ren, voeren; fpic^lcn, spelen. Achter