Boekgegevens
Titel: Hoogduitsche spraakkunst, of Gemakkelijke wijze om de Hoogduitsche taal te leren
Auteur: Meidinger, J.V.; Elberts, W.A.
Uitgave: Zwolle: W.E.J. Tjeenk Willink, 1870
14e dr.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1813 D 23
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204583
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse taalkunde
Trefwoord: Duits, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Hoogduitsche spraakkunst, of Gemakkelijke wijze om de Hoogduitsche taal te leren
Vorige scan Volgende scanScanned page
167
wi/10 naar Versailles gaanlS, alwaar wijW onze overige 12
dagenis als ware wijsgeeren 14 zullen doorbrengen W.
13. 1. 14. cphUofop^-m.3. 3Beltn)eife.
120.
"Waardoor 1 zijn de Phoeniciers 2 zoo beroemd Z geworden?
Hoe 4 is het Eomeinsche 5 rijk 6 vernietigd 7 geworden ? Zou-
den de Komeinen 8 zoo vele landen veroverd 9 hebben, indien 10
zij niet zoo dapper 11 geweest waren {aanv. vnjze) ? Zoude
Hannibal verstandiger 12 gehandeld 13 hebben, indien hij, na 14
de overwinning 15 bij 16 Cannae, recht op Rome aangetrok-
ken 17 ware [aanv. wijze)? Zoude alles op 18 de aarde ver-
branden 19, indien de zon nader 20 ware {aanv. wijze)^
1. rooburd). 8. Siómcr, m. 1. 15. ©icg, m. 2.
2. phönicicr, m. 1. 9. erobert. 16. bel, (3).
10 wenn.
11. fo tapfer.
12. flug.
13. gehanbelf.
14. nach, (3).
3. fo berühmt.
4. œle.
5. romffch.
6. Sîeich/ n. 2.
7. jerflcrt.
17. gerabe auf 3îom
losgegangen.
18. auf, (3).
19. perbrennen.
20. nah.
121.
Tweede persoon enkelvoud en daarna hetzelfde met
den tweeden persoon meervoud.
Wees deugdzaam 1, dan 2 zult gij gelukkig zijn. Gij zoudt
grootere vorderingen 3 gemaakt 4 hebben, indien 5 gij beter ge-
leerd 6 haddet {aanv. wijze). Wees 7 thans leergierig 8 en
vlijtig 9 , opdat 10 gij eens een bekwaam 11 man wordet («a«».
wijze). O vriend! waart {aanv. wijze) gij bij 12 mij, ware
{aanv. wijze) het mogelijk 13, met 14 u te spreken 15.
1. tugenbhaft.
2. fo.
3. gortfchritte,m.2.
4. gemacht.
o. raenn.
6. gelernt.
m-
8. lehrbegierlg.
9. fleißig.
10. bamit.
122.
Vele menschen gelooven 1, dat 2 de mollen 3 blind zijn
{aanv. wijze); maar 4 zij hebben kleine oogen, die zoo verbor-
1. glauben. 2. bUift weg. 3. sWautourf, (ü) m. 2.
11. gefd)icft.
12. bei, (3).
13. möglich.
14. mif, (3).
15. fprechen.