Boekgegevens
Titel: Hoogduitsche spraakkunst, of Gemakkelijke wijze om de Hoogduitsche taal te leren
Auteur: Meidinger, J.V.; Elberts, W.A.
Uitgave: Zwolle: W.E.J. Tjeenk Willink, 1870
14e dr.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1813 D 23
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204583
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse taalkunde
Trefwoord: Duits, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Hoogduitsche spraakkunst, of Gemakkelijke wijze om de Hoogduitsche taal te leren
Vorige scan Volgende scanScanned page
uitgang veranderen, maar de vier overige kunnen zulks niet.
De verandering van uitgang, welke de lidwoorden, de zelf-
standige naamwoorden, de bijvoegelijke naamwoorden, de tel-
woorden en de voornaamwoorden ondergaan, wordt verbuiging
{declinatie) genoemd; bij de werkwoorden heet de verandering
vervoeging (conjugatie). De uitgangen, waaraan de vijf
eerste soorten onderworpen zijn, hebben betrekking op het
geslacht, het getal en den naamval.
In de Hoogduitsche taal zijn (gelijk in de Nederlandsche)
drie geslachten, te weten: het mannelijke, vrouwelijke en
onzijdige geslacht. Het getal toont altijd de eenheid of
veelheid van eene zaak aan. Plet enkelvoud duidt de een-
heid aan; b. v. de broeder, de zuster; en het meervoud de
veelheid: b. v. de broeders, de zusters. De naamvallen dui-
den de verschillende betrekkingen aan, waarin de zelfstandige
naamwoorden kunnen voorkomen. Zij worden gevormd met
behulp van de lidwoorden, welke bij de in de ver-
buiging gevoegd worden. Er zijn vier naamvallen, te weten:
ber ïïlominafit), bcr ©cnltiü, ber Satit» en bcr 2lccufatlö, of
de eerste, tweede, derde en vierde naamval.
1. De lidwoorden zijn veranderlijke woorden, welke dienen
om de voorwerpen meer of minder bepaald voor te stellen; ook
wijzen zij eenigszins het getal, het geslacht en den naamval
der naamwoorden aan, voor welke zij staan; b. v. de heer van het
huis komt van de jacht. De lidwoorden worden in twee soorten
verdeeld, als: de befalende en niet-bepalende. De bepalende lid-
woorden zijn: voor het mannelijke geslacht bcr, de; voor het
vrouwelijke geslacht bie, de; voor het onzijdige baé, het. De niet-
bepalende lidwoorden zijn: voor het mannelijke geslacht cin, een;
voor het vrouwelijke etnc, eene; voor het onzijdige cin, een.
2. De zelfstandige naamwoorden zijn de namen, die
men aan de zelfstandigheden geeft, welke o/" wezenlijk o/in
de gedachte bestaan, als." de aarde, de boomen, de schoonheid,
de vlijt, enz. De zelfstandige naamwoorden worden verdeeld
in eigen en gemeene naamwoorden. Een e/jre» zelfstandig
naamwoord is een naam, welke slechts een eenig voorwerp
aanduidt, en niet aan alle voorwerpen die eene soort uitma-
ken, kan gegeven worden, als: Parijs, Homerus, enz.