Boekgegevens
Titel: Hoogduitsche spraakkunst, of Gemakkelijke wijze om de Hoogduitsche taal te leren
Auteur: Meidinger, J.V.; Elberts, W.A.
Uitgave: Zwolle: W.E.J. Tjeenk Willink, 1870
14e dr.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1813 D 23
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204583
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse taalkunde
Trefwoord: Duits, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Hoogduitsche spraakkunst, of Gemakkelijke wijze om de Hoogduitsche taal te leren
Vorige scan Volgende scanScanned page
164
ongerustheid 10 gehad. Kinderen! riep 11 de kapitein 12, de
storm 13 is over 14; de maan 15 beschijnt ons vriendelijk
Het is waar, wij hebben veel geleden 17; maar 18 zijt ge-
rust 19 en vreest niets meer Ons schip 21 zal welhaast 22
bij 23 de Kaap de Goede Hoop 24' zijn.
6. auf, (3).
7. Serbed, n. 2.
8. fo ötel.
9. gjjühc, f. 3.
10. Unruhe, f. 3.
11. rief.
12. Äapitän, m. 2.
13. ©furm(ü),m.2.
20. fürchtet üJichté
mehr.
21. ©chiff, n. 2.
22. balb.
23. bei, (3).
24. baß aSorgebirgc
bcr guten J^off^
nung.
14. toorbei.
15. sSJionb, m. 2.
16. leuchtet freunb?
lieh auf «nö
herab.
17. gelitten.
18. aber.
19. ruhig.
113.
Zij werden geroepen 1 en wij werden beloond 2. Gij werdt
geprezen 3 en zij werd veracht 4. Uw broeder werd ziek 5
en ik werd gezond 6. Ik ben verzocht 7 geworden (*), om
uwen neef 8, die onlangs 9 ongelukkig 10 geworden is, te
helpen 11. Hij is genoodzaakt 12 geworden, om van zijn
ontwerp af te zien 13. Wij zullen door 14 iedereen gepre-
zen worden, wanneer 15 wij deugdzaam 16 zijn; want 17 zelfs
de ondeugende 18 is gedwongen 19, de deugd te achten.
1. gerufen. 8. Setter, m. 1.
2. belohnt. 9. nculid;.
3. gelobt. 10. unglücflich.
4. Dcrachtcf. 11. (3)-
5. franf. 12. gcnöthigt.
6. gcfunb. 13. feinen «pian auf^
7. erfucht. jugeben.
114.
Waar zijt gij geweest, mijn Vriend! sedert 1 ik u niet ge-
zien 2 heb ? Ik ben te Londen 3 en te Petersburg geweest.
Zijt gij niet te Parijs geweest? Neen, mijn Vriend! maar ik
1. fcitbcm. 2. gefehcn. 3. fonbon.
14. üon, (3).
15. iDcnn.
16. tugcnbhaft.
17. benn.,
18. lafïcrhaff.
19. gejroungen.
(*) In het Nederlandsch wordt geworden niet zelden uitgelaten bij een ander
verleden deelwoord: in het Hoogduitsch heeft dit zelden jilaats (b. v. Ik ben
verzocht, t^ bin erfuc^t WOtbcn,) behalve hij dichters, welke het wegens de
kortheid en welluidendheid dikwijls doen.