Boekgegevens
Titel: Hoogduitsche spraakkunst, of Gemakkelijke wijze om de Hoogduitsche taal te leren
Auteur: Meidinger, J.V.; Elberts, W.A.
Uitgave: Zwolle: W.E.J. Tjeenk Willink, 1870
14e dr.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1813 D 23
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204583
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse taalkunde
Trefwoord: Duits, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Hoogduitsche spraakkunst, of Gemakkelijke wijze om de Hoogduitsche taal te leren
Vorige scan Volgende scanScanned page
157
bu hafi gehabt, gij hebt ge- bu babefl gehabt, gij hebbet
had, gehad,
er hat gehabt, hij heeft gehad, er habe gehabt, hij hebbe gehad,
w>lr haben gehabt, wij hebben mir haben gehabt, wij hebben
gehad. gehad,
ihr habet (habt) gehabt, gij ihr habet gehabt, gij hebbet
hebt gehad. gehad,
fte haben gehabt, zij hebben |te haben gehabt, zij hebben
gehad. gehad.
«piuéquamperfectum, (Soröergangenhelt).
Meer dan volmaakt verleden tijd.
ich hatte gehabt, ik had ge- icfe hätte gehabt, ik hadde ge-
had. had.
bu hattcji gehabt, gij hadt ge- bu häftcfl gehabt, gij haddet
had. gehad,
er hatte gehabt, hij had ge- er hätte gehabt, hij hadde ge-
had. had.
mir hatten gehabt, wij hadden mir hätten gehabt, wij hadden
gehad. gehad,
ihr hattet gehabt, gij hadt ge- ihr hättet gehabt, gij haddet
had. gehad,
fte hatten gehabt, zij hadden fie hätten gehabt, zij hadden
gehad. gehad.
futurum abfolutum, (^ufunft).
Eerste toekomende tijd.
ich merbe haben, ik zal heb- ich roerbe ha(>en, ik zal heb-
ben. ben.
bu mirfl haben, gij zult heb- bu merbcfï haben, gij zult heb-
ben. ben.
et mirb haben, hij zal hebben, er tecrbe haben, hij zal hebben,
mir merben haben, wij zullen mir merben haben, wij zullen
hebben. hebben,
ihr merbet haben, gij zult heb- ihr merbet haben, gij zult heb-
ben. ben.
fte merben haben, zij zullen fte merben haben, zij zullen
hebben. hebben.