Boekgegevens
Titel: Hoogduitsche spraakkunst, of Gemakkelijke wijze om de Hoogduitsche taal te leren
Auteur: Meidinger, J.V.; Elberts, W.A.
Uitgave: Zwolle: W.E.J. Tjeenk Willink, 1870
14e dr.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1813 D 23
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204583
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse taalkunde
Trefwoord: Duits, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Hoogduitsche spraakkunst, of Gemakkelijke wijze om de Hoogduitsche taal te leren
Vorige scan Volgende scanScanned page
Wat de fé) betreft, dient mem vooral in acht te nemen dat
deze letter niet met het keelgeluid, dat de Nederlanders in
de uitspraak van hunne scA doen hooren, moet worden uit-
gesproken. Men spreke de Hoogduitsche fd) uit als de Fransche
c/i in c/mr, clier, of als de Engelsche slim sliape, ship;
schaden, fc^rcibcn, schrijven, fdjnaubcn, snuiven. De Neder-
landsche y in gouwen komt nagenoeg met den klank van dit
letterteeken overeen.
23, ö.
Deze heeft dezelfde uitspraak als de Nederlandsche f;
b. v. Sater, vader, brao, braaf.
'i.V
Men spreekt deze letter uit als ts: Jeug, (spr. uit tsuig)
tuig, iii'' i^o^g) tocht, grtnj, geheel.
Aanmerking. Het is van belaiig, de letters f, g eji j
in de uitspraak wel van elkander te onderscheiden, gelijk
zulks uit de volgende voorbeelden kan blijken:
ein reifcnber jfunffler, een reizend kunstenaar,
cln reigenbcé S^icr, een verscheurend dier.
eine reijcnbe ©cgcnb, een bekoorlijk oord.
De overige letters worden als in het Nederlandsch uitge-
sproken.
SOOTIÏVERDEELING DER WOORDEN.
De tien soorten van woorden of taaldeelen zijn:
1. Het lidwoord, bcr 21rtifel, of baé @cf($Iec^témort.
2. Het zelfstandige naamwoord, baé ©ubftanttü, of baé
.^^auptiDort.
3. Het bijvoegelijk naamwoord, baé ülbjectit), of baé 55cimort.
4. Het telwoord, baé 5Rumcrale, of baé Ja^Iwort.
5. Het voornaamwoord, baé ^pronomen, of baé Sürtüorf.
6. Het werkwoord, baé SSerbum, of baé g^itmort.
7. Het bijwoord, baé Slbocrbium, of baé 3ïebenmort.
8. Het voorzetsel, bie ^rapofttion, of baé SSorroort.
9. Het voegwoord, bic Gonjunction, of baé SSinbcroort.
10. Het tusschenwerpsel, bie ^nterjection, of bcr (Smpftn^
bungélauf.
De zes eerste soorten zijn veranderlijk, d. i. zij kunnen van