Boekgegevens
Titel: Hoogduitsche spraakkunst, of Gemakkelijke wijze om de Hoogduitsche taal te leren
Auteur: Meidinger, J.V.; Elberts, W.A.
Uitgave: Zwolle: W.E.J. Tjeenk Willink, 1870
14e dr.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1813 D 23
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204583
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse taalkunde
Trefwoord: Duits, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Hoogduitsche spraakkunst, of Gemakkelijke wijze om de Hoogduitsche taal te leren
Vorige scan Volgende scanScanned page
165
De getallen zijn voor de werkwoorden hetzelfde als voor
de naamwoorden.
Er zijn drie personen in elk getal; de eerste is die, welke
spreekt; de tweede die, tot wien men spreekt; en de derde
die, van wien men spreekt.
Er zijn eigenlijk slechts drie tijden, de verledene, de tegenwoor-
dige en de toekomende. De andere tijden der werkwoorden zijn
niet anders dan wijzigingen of bepalingen van deze drie tijden.
OVER DE HULPWERKWOORDEN.
De samengestelde tijden der werkwoorden worden gevormd
op dezelfde wijze als in het Nederlandsch met de hulpwerk-
woorden h«^«"/ hebben, ftin, zijn, en werbCtt, zullen. Dit
laatste dient tevens ter vervoeging der lijdende werkwoorden,
waarbij het ons worden vervangt. Wij beginnen dus met de
vervoeging der hulpwerkwoorden.
I. ©cin, zijn.
3nftnifiü, (Singform).
Onbepaalde wijze.
Tegenwoordige tijd. fcin, zijn, of wezen.
Verleden tijd. gcwcfcn fcin, geweest zijn.
Toekomende tijd. fcin nscrbcn, zullen zijn »/"wezen.
participia, (sOIlttcIwörtcr).
Deelwoorden.
Tegenwoordige tijd. (fcicnb, wcfcnb, zijnde, of wezende).
Verleden tijd. gcwcfcn, geweest.
3nbicafitt, (SSirflic^ïcitéform). (Eonjunctio, (50;ögnchfciféform).
Aantoonende wijze. Aanvoegende wijze.
^rafcné (©cgcnroart).
Tegenwoordige tijd.
tch bin, ik ben. ic^ fci, ik zij.