Boekgegevens
Titel: Hoogduitsche spraakkunst, of Gemakkelijke wijze om de Hoogduitsche taal te leren
Auteur: Meidinger, J.V.; Elberts, W.A.
Uitgave: Zwolle: W.E.J. Tjeenk Willink, 1870
14e dr.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1813 D 23
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204583
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse taalkunde
Trefwoord: Duits, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Hoogduitsche spraakkunst, of Gemakkelijke wijze om de Hoogduitsche taal te leren
Vorige scan Volgende scanScanned page
146
garbc, einen njohtgebaufcn .^alé
unb einen teicl)ten ©ang. ffiaé
follen biefe ^cW^tiungen? Srei
©utben baé ©tud. aöaf;ten @ie:
njelc^en jie^en ©teoor? 3enen
gefallen mie eben fo gut role
bicfen. Siefeé roare
uné angenehmer alé jeneé
©chlog; mir mären eben fo
glücflid; eine ©tube in (3) jener
alé cin Suöcnb Limmer In (3)
btefer ju bewohnen. SJIan mu§
ftch immer bemühen feine ^jlich;
ten mit (3) feine gh""« Ju »er?
einigen, roell jener uné hellig
fein müffen, biefcn unccrle^bar.
?0?au follte bcn Sag unb bie
SRacht (f.) ücrfchiebcn anivcnben,
biefer jur Sluhe, jener jur 2lr;
beif.
gevormden hals en eenen zach-
ten gang. Wat kosten deze
teekeningen ? Drie gulden het
stuk. Kies: welke verkiest gij ?
Gene bevallen mij even zoo
goed als deze. Dit huisje zoude
ons aangenamer zijn dan dat
slot; wij zouden even zoo ge-
lukkig zijn eene kamer in dit
als een dozijn vertrekken in
gene te bewonen. Men moet
altijd trachten zijne plichten
met zijne eer te vereenigen,
dewijl gene ons heilig zijn
moeten, deze onschendbaar.
Men moest den dag en den
nacht verschillend gebruiken,
dezen tot rust, genen tot den
arbeid.
34.
©er rcahre roeg, einen ©chü;
1er auéjubilben, ifî, maé oft
migbcrflanben wirb, aujufan?
gen mit (3) jene ©runbfägc,
welche bic ©runblagc (f.) aller
SBtffenfd;aft auémachen, aué (3)
welchen cr rid;tige Begriffe
fd)öpft, unb welche ihn alé
SScgwcifcr btenen, ju (3) bic;
jenige 3iegioncn, bic er cin(t
burchwanbern foH. Sßicht bcr
Sehrer, welche feine ©d;üler mit
glänjcnbcn ^Ph^afen füllt, mit
(3) welchen fte bic Singen berer
blenben, bcffen Unwiffcnheit leicht
getäufcht wirb, ifï bcr, welcher
De ware weg, eenen leerling
te vormen, is, wat dikwijls
verkeerd begrepen wordt, aan
te vangen met die grondbe-
ginselen, welke den grondslag
aller wetenschap uitmaken, uit
welke hij juiste begrippen put,
en welke hem tot wegwijzer
dienen naar die streken, welke
hij eens doorwandelen moet.
Niet de onderwijzer, welke
zijne leerlingen met schitteren-
de volzinnen vult, met welke
zij de oogen dergenen verblin-
den, wier onwetendheid licht
bedrogen wordt is degene,