Boekgegevens
Titel: Hoogduitsche spraakkunst, of Gemakkelijke wijze om de Hoogduitsche taal te leren
Auteur: Meidinger, J.V.; Elberts, W.A.
Uitgave: Zwolle: W.E.J. Tjeenk Willink, 1870
14e dr.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1813 D 23
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204583
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse taalkunde
Trefwoord: Duits, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Hoogduitsche spraakkunst, of Gemakkelijke wijze om de Hoogduitsche taal te leren
Vorige scan Volgende scanScanned page
144
ben, baraif i^re Df>ren nic^t
JU l^e^r beleibigf werben. fSSenn
©ie uné mit (3) i^re ©egen?
wart (f.) beehren woCften, fo
würbe eé i^r SSergnügen erhöben
unb Unter()altun9 würbe
t^r entfchübigen für (4) ben
fchwac^en ©enu§ (m.), ben
meine geringe gortfc^rttte fie
geben fi^nnen. ©ie fönnen bann
mit (3) i^re Soc^ter muficiren,
wenn meine jfunfl ju €nbe
fein wirb.
uwe viool te hebben, opdat
hare ooren niet te zeer belee-
digd worden. Indien gij ons
met uwe tegenwoordigheid
vereeren wildet, zoude het
haar genoegen verhoogen en
uwe onderhouding zoude haar
schadeloos stellen voor het
zwakke genot, hetwelk mijne
geringe vorderingen haar geven
kunnen. Gij kunt dan met
hare dochter muziek maken,
wanneer mijne kunst ten ein-
de is.
31.
Seine 55riefe, mein lieber
©ol)n, erfreuen mein J^erj.
Seine airt, beine ©cftnnungen
auéjubrücfen, ift mich
weié il)rer •2Sal)rl)eit, unb bie
Scugniffc 3hrer Sef)rcr finb mir
5Scwcifc beincé gieigeé. Sein
?Üïutter fcnbet bid; i^ren ©cgcn,
ihre üjugen ücrgoffen ©tröme ton
S^rancn, fo grog war ^^re
greubc. Su bi(t unfer cinjige
.Ooffnung,uné einjigerSrofl (m.),
in (3) unfer hot)en Slltcr (n.). Sic
5öclt unb ihr greuben ftnb uné
gleid;gültig, alle unfe©orgfalt
Ift für bid). — 3Run, mein ©ohn,
»crnachläffige auch «'cht teine
augeren gähigfeiten. Seine
.^anbfchrift ift immer noch
fd)led;f, bie ®lrfung 3f)ret
(gilfertigfeit; beincn leljten^rlcf
Uwe brieven, mijn lieve
zoon, verheugen mijn hart.
Uwe manier, om uwe gezind-
heden uit te drukken, is mij
een bewijs van derzelver waar-
heid, en de getuigenissen uwer
leermeesters zijn mij bewijzen
van uwe vlijt. Uwe moeder
zendt u haren zegen, hare
oogen vergoten stroomen van
tranen, zoo groot was hare
vreugde. Gij zijt onze eenige
hoop, onze eenige troost in
onzen hoogen ouderdom. De
wereld en hare genoegens zijn
ons onverschillig, al onze zorg
is voor u. — Nu, mijn zoon,
verwaarloos ook niet uwe
uiterlijke bekwaamheden. Uw
schrift is altijd nog- slecht,
het gevolg van uwe overhaas-