Boekgegevens
Titel: Hoogduitsche spraakkunst, of Gemakkelijke wijze om de Hoogduitsche taal te leren
Auteur: Meidinger, J.V.; Elberts, W.A.
Uitgave: Zwolle: W.E.J. Tjeenk Willink, 1870
14e dr.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1813 D 23
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204583
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse taalkunde
Trefwoord: Duits, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Hoogduitsche spraakkunst, of Gemakkelijke wijze om de Hoogduitsche taal te leren
Vorige scan Volgende scanScanned page
143
29.
Un^ geben ((t furj, roir müflfcn
unfe benugen. Su »er;
bringf! ju siel t»on (3) beine
3elt (f.) bei (3) bclne Sergnü;
gungen; beine ©adjen finb nie
in Drbnung, beine 2lrbciten finb
nie fertig, bein ©cifi ((t immer
abroefenb. Seine 3ugcnb i(!
balb l)in, roatJ icirb 3hre Sge;
ftimmnng fein, wenn bu alter
n5tr(?. — gr fagte iß mich.
5öir haben ihn gefchcn unb roir
haben iß ihn gefagt. ging
mit (3) fie. 6chcn fte mit ihr?
3ch fenne ^hre Schicefter unb
ich fchrcibe fic oft. ©age iß
mir, fage iß 3hnen nicht. Siefe
Jg)errcn fenncn ihn nidjt, aber
cr fennet ihnen. CiBir fprcdjcn
»on (3) meine ©d;n3c(tcr unb
con bie feinige, ton unfcr 35ru;
ber unb »on bem ^hfige". ©ein
53uch i|t beffer alij meiner.
Ons leven is kort, wij moe-
ten onzen tijd gebruiken. Gij
brengt te veel van uwen tijd
bij uwe vermaken door; uwe
zaken zijn nooit in orde, uwe
werken zijn nooit klaar, uw
geest is altijd afwezig. Uwe
jeugd is weldra voorbij wat
zal uwe bestemming zijn, wan-
neer gij ouder wordt?— Hij
zeide het mij. Wij hebben hem
gezien en wij hebben het hem
gezegd. Ik ging met hen. Gaat
gij met haar? Ik ken uwe zuster
en ik schrijf haar dikwijls. Zeg
het mij, zeg het hun niet. Deze
heeren kennen hem niet, maar
hij kent hen. Wij spreken van
mijne zuster en van de zijne,
van onzen broeder en van den
uwen. Uw boek is beter dan
het mijne.
30.
3h« 23ioline bciJer alé
ber meinige; ©ic roürben mich
ücrbinbcn, mich bie Shi'igc ju
leihen; ihr Son gefiel mein gch^
rer, alé id; nculid) bei (3) ihren
.^errn 23ater 3hre Suctten
fpielte. Sic mcinlge hat nid)t
blcfe Slnmuth. ^Dicine Santc
will mir fpielcn hóren; ich foll
ihre Sochter begleiten, baju
roünfche ich ihre SStoline ju ha;
Uwe viool is beter dan de
mijne; gij zoudt mij verplichten
mij de uwe te leenen; derzel-
ver toon beviel mijnen leer-
meester, toen ik onlangs bij
mijn heer uwen vader uwe
duetten speelde. De mijne heeft
niet deze bevalligheid. Mijne
tante wil mij hooren spelen;
ik zou hare dochter accom-
pagneeren, daartoe wensch ik