Boekgegevens
Titel: Hoogduitsche spraakkunst, of Gemakkelijke wijze om de Hoogduitsche taal te leren
Auteur: Meidinger, J.V.; Elberts, W.A.
Uitgave: Zwolle: W.E.J. Tjeenk Willink, 1870
14e dr.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1813 D 23
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204583
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse taalkunde
Trefwoord: Duits, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Hoogduitsche spraakkunst, of Gemakkelijke wijze om de Hoogduitsche taal te leren
Vorige scan Volgende scanScanned page
141
ken 10, zeidell: „Alles, wat ik weet, is dat ik niets weet."—
Geef 12 elk liet zijne maar laat 13 ook elk het zijne.—Wat
gij niet wilt 14 dat u geschiede 15, doe 16 dat ook een'
ander' niet.
11. fagtc. 13. lag. 15. gcfchiehe-
12. gieb. 14. n)ia(t. 16. t^ue.
108.
Wat is het dat menige ziel 1 zoo moedig maald 2 ? Wat
geeft 3 haar zoo veel sterkte 4 bij 5 elk dreigend 6 onheil 7,
waarover 8 anderen radeloos zijn 9; wat verschaft 10 haar,
bij alle losbarstende 11 stormen 12 des levens, die eeuwige 13
rust 14, welke altoos slechtsYh het erfdeel 16 is van weinige
uitverkorenen 17; wat maakt 18 haar zoo kalm 19 en vroo-
lijk 20, gelijk 21 eene bekoorlijke 22 landouw 23 in het
lentesaizoen 24? — Het is de onschuldig.
1. Seele, f. 3, 10. eerfchalft. 19. fummcrlecr.
2. mutl)ig niad)t. 11. hereinbrechenb. 20. frchlid).
3. giebt. 12. @furm(ü),m.2. 21. rotc.
4. traft (ä), f. 2. 13. emig. 22. rcijenb.
5. bet, (3). 14. 3iul)e, f. 23. Slue, f. 3.
6. beüorfïehenb. 15. immer nur. 24. grühlingêjcit,
7. Unfall (ä), m. 2. 16. Êrbtheil, n. 2. f. 3.
8. vorüber. 17. Sluéerroa^ïten. 25. Unfchulb, f.
9. ftd; ängftigen. 18. macht.
OPSTELLEN TER VERBETERING.
27.
©er .^unb lebt in allen San;
bern unb t(i ein fef)r nüglid;
Sl)ier. gr be»acf)t für (4) feinen
J^crrn .^auö unb .^of, unb fängt
tl)n J^afen uub anbere Spiere,
er tcrtl)eibigt il;m auf Ovcifcn
gegen (4) Siauber unb ®örber
unb fud;t il^m verlorene Sachen
»ieber. ©er .^unb bleibt ge;
De hond leeft in alle landen
en is een zeer nuttig dier. Hij
bewaakt voor zijnen heer huis
en hof, en vangt hem hazen
en andere dieren, hij verdedigt
hem op reizen tegen roovers
en moordenaars en zoekt hem
verloren zaken weder op. De
hond blijft tegen zijnen heer