Boekgegevens
Titel: Hoogduitsche spraakkunst, of Gemakkelijke wijze om de Hoogduitsche taal te leren
Auteur: Meidinger, J.V.; Elberts, W.A.
Uitgave: Zwolle: W.E.J. Tjeenk Willink, 1870
14e dr.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1813 D 23
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204583
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse taalkunde
Trefwoord: Duits, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Hoogduitsche spraakkunst, of Gemakkelijke wijze om de Hoogduitsche taal te leren
Vorige scan Volgende scanScanned page
139
XIX. OPSTELLEN OVER DE ONBEPAALDE VOORNAAMWOORDEN EN
ONBEPAALDE TELWOORDEN.
104.
Elke vrouw 1 verbeeldt zich beminnenswaardig te zijn 2
en elk eene bezit eigenliefde 3. Even als de mannen 4, mijn
Vriend! menigeen verbeeldt zieh geleerd te zijn 5, die het
niet is eu vele overtreffen, zelfs 6 de vrouwen in ijdelheid 7.
Mijn Vrieiul! ik zal 8 u iets zeggen 8: indien gij 9 van alle
vrouwen en van alle mannen spreeJct 9, dan hebt gij onge-
lijk 10. Ik ken verscheiden 11 geleerden, die geene verwaand-
heid bezitten 12. Bat kan wel zijn\2>: geen regel 14 zonder
uitzondering 15. Nogtans wenschte ik wellQ, die menschen
te hennen 17 van welke gij mij spreekt.
1. graucnjimmcr, 6. übertreffen fogar. 12. nicht eitel ftnb.
7. an Gitelfeit. 13. baé mag wohl
8. id; wil... fagen. fein.
9. wenn @ie...
fpred)en.
10. fo haben ©ie
Unrecht.
n. 1.
2. bilbet fid) ein lie;
benéwürbigjufein.
3. befi^et Eigenliebe.
4. eben fo wie bie
Scanner.
5. hält ftch für ge?
lehrt.
14. Siegel, f. 1.
15.ohne2luénahme.
16. gleid)Wohl
wünfd)te ich-
11. ich fenne mehrere. 17- ju fenncn.
105.
l)e akkerbouw 1 is de vader aller kunsten 2 en aller rijk-
dommen; dezelve onderhoudt 3 en voedt 4 alle menschen. De
landbouwer 5 is achtenswaardiger 6 dan de rijke man, die zijn
leven in weelde 7 doorbrengt 8. Al, wat de aarde voort-
brengt 9, heert inlQ haren schoot 11 terug het wordt 12
de kiem 13 eener nieuwe vruchtbaarheid 14. Bus neemtl^
zij alles wat zij gegeven heeftlG, terug Ih, om het ander-
1. Sclbbau, Slcfer; 7. Ueppigfeit, f. 3. 13. j?cim, m. 2.
8. jnbringt.
9. hêröorbringt.
10. geht wieber in,
(4)... jurüd.
11. ©djoog, m. 2.
12. wirb.
bau, m. 2.
2. jfunfï (ü), f. 2.
3. unterhalt.
4. nährt.
5. ganbmann, m. 4.
6. fchäöbar.
14. grudjtbarfeit,
f. 3.
15. bemnach nimmt
... jurücï.
16. gegeben hat.
17. um Cé nochmals