Boekgegevens
Titel: Hoogduitsche spraakkunst, of Gemakkelijke wijze om de Hoogduitsche taal te leren
Auteur: Meidinger, J.V.; Elberts, W.A.
Uitgave: Zwolle: W.E.J. Tjeenk Willink, 1870
14e dr.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1813 D 23
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204583
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse taalkunde
Trefwoord: Duits, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Hoogduitsche spraakkunst, of Gemakkelijke wijze om de Hoogduitsche taal te leren
Vorige scan Volgende scanScanned page
138
feiner, niemand, wordt op dezelfde wijze verbogen.
SUan, ïïJichté en gtmaé, blijven onverbogen.
Indien men eenen verbogen' naamval van man noodig heeft,
gebruikt men daarvoor (gincr; b. v. SKan fprac^e gern mit l^m
aber er tocrfteht einen nicht. Men zou gaarne met hem spreken,
maar hij verstaat iemand niet.
h. Onder de onbepaalde telwoorden begrijpt men;
m, aller, aEc, attcé, al, alle.
3cbcr, 3ebe, 3ebeé, ieder, elk.
gin 3ebcr, eine 3cbc, ein 3ebcé, een ieder, iedereen,
elkeen.
giniger, einige, einigcé, eenig, eenige, sommige,
gtlichcr, ctliche, ctlicheé, ettelijke.
?0?an£her, mandie, mand^cé, menig, menigeen,
jvcincr, feine, fcineiS, (voor een zelfstandig naamwoord
fetn, fcinc, fetn), geen, geene, geen.
2Siel en aSicler, eiclc, üiclcé, veel.
SBcnig en »eniger, menige, »enigcó, weinig.
?Oichr en mc^rcr, mchrc, mehreé, meer.
Deze woorden worden verbogen gelijk de bijvoegelijke naam-
woorden ; b. V. aller Siuhm i|ï eitel, alle roem is ijdel; allcé
(Sctrcibc i|t in ^rcié gc(licgcn, alle granen zijn in prijs gestegen.
Voor een lidwoord of voornaamwoord wordt aller dikwijls
verkort in aH; b. v. aH bicfcé Srob, al dit brood. ,
gtreaé, wat, blijft onverbogen, als ©leb mir ct»aé 55rüb
unb ctiüaé SQ3ein. Geef mij wat brood en wat wijn.
23icl, »enig en mcl)r, blijven onverbogen wanneer men
slechts op de hoeveelheid in het algemeen ziet, doch wanneer
men de enkele dezer samengenomen voorwerpen afzonderlijk
beschouwt, worden dezelve verbogen, als: üicl SJIcnfchcn fón;
nen mcl)r thun alé »enig SJïcnfchcn. Veel menschen kunnen
meer doen dan weinig menschen. 23telc mcnfchen fönucn bic;
feu ÏÖScin nicht ertragen. Vele menschen kunneTi dezen wijn niet
verdragen, gerne nid;t auf einmal aJieleé fonbcrn öiel. Leer
niet op eens velerlei zaken maar veel, (van eene zaak).
Aanm. Slechts twee dezer algemeene telwoorden zijn vat-
baar voor de trappen van vergelijking: »enig, »eniger, »cnigft,
weinig, minder, minst, mei, mehr, mcift, veel, meer, meest.