Boekgegevens
Titel: Hoogduitsche spraakkunst, of Gemakkelijke wijze om de Hoogduitsche taal te leren
Auteur: Meidinger, J.V.; Elberts, W.A.
Uitgave: Zwolle: W.E.J. Tjeenk Willink, 1870
14e dr.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1813 D 23
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204583
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse taalkunde
Trefwoord: Duits, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Hoogduitsche spraakkunst, of Gemakkelijke wijze om de Hoogduitsche taal te leren
Vorige scan Volgende scanScanned page
136
den 6, en die slechts 7 in Sina groeit 8; de koffieboom 9, wiens
vruchten naar 10 kersen gelijkenis en de boon 11 bevatten 12:
de kaneelboomen 13, welker bast 14 eene sterke kruiderij 15 is;
de mahonieboom 16 dien men in Amerika aantreft 17, eu wiens
bruinrood 18 hout zich schoort laat polijsten 19; de kurk-
eik 20, wiens dikke 21 bast afgeschild wordt 22 en kurk op-
levert 23, het ebbenhout 24, welks zwart hout eenen schoonen
glans 25 heeft.
13. Simmtbaum
(au), m. 2.
14. giiube, f. 3.
6. genannt tperbm.
7. nur.
8. joadjfî.
9. jîaffee6aum(au),
m. 2.
10. ähnlid) fînb, (3).
11. Bohne, f. 3.
12. enthalten.
15. ©eroürj, n. 2.
19. ftch fchön poK;
ren lägt.
20. jîorfelche, f. 3.
21. birf.
22. a£)gefd;älfmlrb.
23. liefert.
24. Gbenhol5(ö),n.4.
25. @lanj, m. 2.
16. ?Dîahagonp;
bäum (au), m. 2.
17. antrifft.
18. braunroth.
102.
Even ZOO merhcaardig zijn nog 1 eenige andere uitlandsche
boomen : de vijgeboomen 2, die nooit Moeien en toch 3 zoo
veel vruchten dragen; de olijfboomen 4, uit 5 welker vruch-
ten de boomolie 6 bereid wordt 7 ; de palmen 8, van welke
eenige over de 9 honderd ellen hoog worden 10, en die geene
takken hebben, maar 11 aan de 12 kruin 13 slechts 14 een
bos 15 bladeren. De kokospalm 16 draagt groote noten 17,
in 18 welke een melksap 19 bevat is 20, dat als 21 een ver-
kwikkende 22 drank 23 gebruikt wordt 24.
1. eben fo merfroür; 7. bereitet mirb.
big ftnb noch. 8. ^alme, f. 3.
2. geigenbaum(äu), 9. über, (4).
10. werben.
11. fonbern.
12. am (voor an
bem).
13. ©ipfel, m. 1.
14. nur.
15. Büfchel, m. 1.
103.
Wie zich gewend heeft 1, slechts te eten 2, hetgeen ver-
unb
m. 2.
3. nie blühen
boch.
4. Delbaum (äu),
m. 2.
5. aué, (3).
6. Baumöl, n. 2.
16. jîofoépalme,f.3.
17. 3îng (Ü), f. 2.
18. in,,(3).
19. 59îilchfaft (ä),
m. 2>.
20. enthalten ifï.
21. alé.
22. erquicîenb.
23. ©etränf, n. 2.
24. genoffen mirb.