Boekgegevens
Titel: Hoogduitsche spraakkunst, of Gemakkelijke wijze om de Hoogduitsche taal te leren
Auteur: Meidinger, J.V.; Elberts, W.A.
Uitgave: Zwolle: W.E.J. Tjeenk Willink, 1870
14e dr.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1813 D 23
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204583
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse taalkunde
Trefwoord: Duits, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Hoogduitsche spraakkunst, of Gemakkelijke wijze om de Hoogduitsche taal te leren
Vorige scan Volgende scanScanned page
135
hij weet; want hetgeen hij weet is weinig, in vergelijking van
hetgeen hij niet weet. €r IDcigerte ftch beflfcn, mé «r JU f^un
t)crfproct)cn h^tte. Hij weigerde wat hij beloofd had te doen.
De woorden «jclchcr, IDclchc, U5eld;cé, worden in de dage-
lijksche verkeering dikwijls gebruikt in de beteekenis van eeniffe,
wat; b. V. .^abcu @ie noch 3lcpfcl? 3a, ich norf) "'«Ich«-
■ Hebt gij nog appelen? Ja ik heb er nog eenige. 2Botlcn@ie
and) papier? 3ch banfe ich «och wclchcé. "^ü^gij
ook papier? Ik dank u, ik heb nog wat.
Het gebruik van fo, als betrekkelijk voornaamwoord, is
verouderd en komt slechts bij dichters voor.
XVIII. OPSTEtXEN OVER DE BETREKKELIJKE VOORNAAMWOORDEN.
100.
Zie daarl het geld, dat ik u schuldig 2 ben, en de boeken
welke gij mij geleend hebt 3. Ih ben 4 u wel verplicht voor
de goedheid 4, welke gij voor 5 mij gehad hebt 6 , en iJc zal
trachten 7, mij de vriendschap waardig te maJcen 8, met 9
welke gij mij vereert 10. Het meisje, hetwelk zoo even is
uitgegaan 11, heeft mij gezegd 12 dat 13 haar broeder, die
thans 14 te Eome 15 is, er 16 het Fatieaansche paleis 17
gezien had 18, in 19 hetwelk meer dan2Q elf duizend ver-
trekken 21 zijn.
8. mich bcr grcunb?
fchaft ïüürbig ju
machen.
9. mit, (3).
1. Da i(t.
2. fchulbig.
3. geliehen haten.
4. ich bin ... für
bic ®üte fehr per? 10. ©te mich bceh?
bunben.
5. für, (4).
6. gehabt haben.
7. ich '»erte mich
bc|ïrebcn.
14. gegenwärtig.
15. Üiom.
16. allba.
17. ber ^alafï 33a?
tifan.
18. gefehen hätte.
19. tn, (3).
20. mehr alé.
2]. Jimmcr, n. 1.
rcn,
11. fo eben auége?
gangen tft.
12. gefagt.
13. bag.
101.
Onder 1 de uitlandsche 2 boomen zijn de volgende 3 merk-
waardig 4: de theeboom 5 , wiens bladeren thee genoemd wor-
1. unter, (3). 3. fotgenbe. 5. Sh^taum (au),
2. auélanbifd;. 4. merfwürbig. m. 2.