Boekgegevens
Titel: Hoogduitsche spraakkunst, of Gemakkelijke wijze om de Hoogduitsche taal te leren
Auteur: Meidinger, J.V.; Elberts, W.A.
Uitgave: Zwolle: W.E.J. Tjeenk Willink, 1870
14e dr.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1813 D 23
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204583
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse taalkunde
Trefwoord: Duits, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Hoogduitsche spraakkunst, of Gemakkelijke wijze om de Hoogduitsche taal te leren
Vorige scan Volgende scanScanned page
133
schreven 21 en in 22 wat voor eene taal 23 ? Van wien
weet gij dit alles 24?
21. gcfc^ricben. 23. Sprache, f. 3. 24. Qltlcé.
22, in, (3).
OVER DE BETREKKELIJKE VOORNAAMWOORDEN.
De betrekkelijke voornaamwoorden verbinden een tusschen-
zin met het woord waarvoor zij in de plaats staan. Onder
deze voornaamwoorden worden begrepen: iDclchcr, lt)clche,
c()cé, welke, welke, hetwelk; njcr, wie; en ber, bic, baó, n)aé,
die, dat, wat; welke alsdan dezelfde beteekenis hebben; b. v.
bcr SKann, roclchcr of ber cé mir gefagt hat, ift nicht h'erj
de man wélke of die het mij gezegd heeft, is niet hier; bic
grau, »eiche of bie eê mir gegeben hat, de vrouw, welke of
die het mij gegeven heeft; baé 5)Jabchcn, melchcé of baé immer
lacht, het meisje, dai of hetwelk altijd lacht.
De verbuiging van het betrekkelijk voornaamwoord tt)elcf;er,
»clche, »clchcé, verschilt slechts weinig van die der vragende:
Enkelvoud.
M a n n e 1 ij k. V r o u w e 1 ij k.
1. »elcher, welke, dewelke. l. »eiche, welke, dewelke.
2. is niet in gebruik.
3. »elcher, welke, aan de-
welke.
2. is niet in gebruik.
3. »clchcm, welken, denwel-
ken.
4. »clchcn, welken, denwelken. 4. »clc^e, welke, dewelke.
O nzij dig.
1. »elcheé, hetwelk. 3. »clchcm, aan hetwelk.
2, is niet in gebruik. 4. »clcf;eé, hetwelk.
Meervoud.
Voor alle drie geslachten.
1. »elche, welke, dewelke.
2. is niet in gebruik.
3. »clchcn, aan welke, aan dewelke.
4. »clche, welke, dewelke.
De verbuiging van bcr, bic, baé, is gelijk aan die der
gelijkluidende aanwijzende voornaamwoorden, met uitzondering
van den tweeden naamval meervoud.