Boekgegevens
Titel: Hoogduitsche spraakkunst, of Gemakkelijke wijze om de Hoogduitsche taal te leren
Auteur: Meidinger, J.V.; Elberts, W.A.
Uitgave: Zwolle: W.E.J. Tjeenk Willink, 1870
14e dr.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1813 D 23
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204583
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse taalkunde
Trefwoord: Duits, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Hoogduitsche spraakkunst, of Gemakkelijke wijze om de Hoogduitsche taal te leren
Vorige scan Volgende scanScanned page
130
Enkelvoud.
Mannelijk en Vrouwelijk. Onzijdig.
1. roer, wie? 1- ««é, wat?
2. roeffcn, (>»c§) wiens, wier, 2. . . .
van wien, van wie?
3. racm, wieu, aan wien, wie? 3 . . .
4. men, wien, wie? 4. roaé, wat?
Aanmerking, ffficr en »aé hebben geen meervoud.
Enkelvoud.
Mannelijk. Vrouwelijk.
1. mclc^er, welke? 1. rocldje, welke?
2. roclc^cé, welks ^ van wel- 2. roeleder, welker of, van
ken ? welke ?
3. melc^cm, welken of aan 3. roeleder, welker, welke of
welken ? aan welke ?
4. roeleren, welken? 4. meiere, welke?
O n z ij d i g.
1. roclc^jcé, welk? 3. mclchem, welken, welk of
aan welk?
2. roclchcé, welks, van welk? 4. mclc^C^, welk?
Meervoud.
Voor alle drie geslachten.
1. welche, welke? 3. njelc^en, welken, welke,
of aan welke?
2. n)el(^cr, welker, van welke? 4. mcIi^c, welke?
Enkelvond.
Mannelijk. Vrouwelijk.
1. roaé für cin einer? (*). 1. maé für eine?
2. mé für eineé? 2. mé für einer?
3. maé für einem? 3. roaé für einer?
4. roaé für einen? 4. maé für eine?
(*) Zie blaclz. 66.