Boekgegevens
Titel: Hoogduitsche spraakkunst, of Gemakkelijke wijze om de Hoogduitsche taal te leren
Auteur: Meidinger, J.V.; Elberts, W.A.
Uitgave: Zwolle: W.E.J. Tjeenk Willink, 1870
14e dr.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1813 D 23
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204583
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse taalkunde
Trefwoord: Duits, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Hoogduitsche spraakkunst, of Gemakkelijke wijze om de Hoogduitsche taal te leren
Vorige scan Volgende scanScanned page
129
tijd zulke vorderingen 17 maken IQ. Ik tó 18 zulk eeu ding
niet noodig\%.
17. Sortfchritte, pl. m. 2. 18. bcbarf... nic^t.
95.
Leer 1 die kunsten 2 en wetenschappen 3, welke 4 u nader-
hand 5 nuttige of aangenaam 7 zijn hunnen'è. Die vogels,
welke in 9 zekere 10 jaargetijden 11 hunne verblijfplaats 12
veranderen 13, noemt men\^ trekvogels 15. Die man is de
Avijste, welke tot 16 de beste oogmerken 17 de beste middelen
kiest 18. Die vreemdeling 19, rnet welken gij spraaktIO, is
juist dezelfde, die 21 ons gisteren ontmoette Hij woont
inü dezelfde stad en bij dezelfde menschen 23, hij vjelkel^
hij vroeger 25 gewoond heeft 26. Hij zegt 27 hetzelfde wat 28
ik reeds gezegd heh 29.
1. Icrnc. 12. 'ilufcnff)al(,m.2.
2. jïunjï (ü), f.2. 13, »cranbcrn.
14. ncnnt man.
15. Suguogd (ö),
m. 1.
16. JU, (3).
17. 3mccï, m. 2.
18. ma^It.
19. grembe, m. 3.
20. mtf mcld;cm bu
fprach
3. 2Siffcnfchaff,f 3,
4. icclchc.
5. nachher.
6. nüglic^.
7. angenehm.
8. fein Jennen.
9. in, (3).
10. gewiß.
11. Sahrcéjeit, f. 3.
(3).
21. ber...gcttcrn be?
gcgnctc.
22. wohnt in,
23. Seufc, pl.
24. bei benen.
25. früh.
26. gewohnt h<*t.
27. fagt.
28. waé.
29. fchon gefagt
habe.
0\TSR DE VRAGENDE VOORNAAMWOORDEN.
Om naar personen en zaken te vragen, gebruikt men de
vragende voornaamwoorden.
SBcr, wie, waé, wat, wclchcr, wclchc, wclcheé, welk,
welke, welk, waé für cincr, waé für einc, waé für cin,
Waé für, welk een, welk eene, wellc een, hoedanig, hoedanig
een, lioedanige, hoedanig eene, hoedanig, hoedanig een, wat
voor een, wat voor eene, wat voor een, wat voor.
Zij worden op deze wijze verbogen:
14° DRUK. 9