Boekgegevens
Titel: Hoogduitsche spraakkunst, of Gemakkelijke wijze om de Hoogduitsche taal te leren
Auteur: Meidinger, J.V.; Elberts, W.A.
Uitgave: Zwolle: W.E.J. Tjeenk Willink, 1870
14e dr.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1813 D 23
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204583
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse taalkunde
Trefwoord: Duits, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Hoogduitsche spraakkunst, of Gemakkelijke wijze om de Hoogduitsche taal te leren
Vorige scan Volgende scanScanned page
127
3. bcm/enigcn, dengenen of aan dengenen, (hem).
4. benjenigen, dengenen, (hem).
Vrouwelijk.
1. biejcnigc, degene (zij).
O n z ij d i g.
1. baéjcnige, hetgene, dit of
datgene.
2. bcrjcnigcn, dergene ^ van 2. beéjenigctl, desgenen ^van
degene, (van haar). hetgene.
3. bcr/enigcn, dergene, degene 3. bcmjcnigcn, hetgene ^ aan
of aan degene, (aan haar). hetgene.
4. bicjcnige, degene, (haar). 4. baé/enige, hetgene.
Meervoud.
Voor alle drie geslachten.
1. bicjcnigcn, degenen, (zij). 3. bcnjettigcn, dengenen ^aan
2. ber;entgert, dergenen ^van degenen; (hun ^ haar),
degenen, (van hen ^haar). 4. bicjcnigcit, degenen, (lien <ƒ
haar).
Dcrfclbe, biefelbe, baéfelbe, dezelfde, hetzelfde, dezelve,
hetzelve, worden even zoo verbogen.
Deze voornaamwoorden worden dikwijls ter versterking der
uitdrukking voorafgegaan door het woordje eben, juist, als:
eben berfelbe, juist dezelfde, eben berjenige, juist degene.
Men wachte zich de woorden er, hij, fte, zij, in de betee-
kenis van degene, dengenen, te gebruiken, en men zegge dus :
Hij (degene), die de deugd bemint, bcr/enige, rceld;cr bie Sugenb
liebf.
In dezelfde beteekenis gebruikt men in het Hoogduitsch ook
deze woorden vóór zelfstandige naamwoorden b. v. biejenigen
Säume, welche eßbare grüchfe tragen, nennt man Dbfibäume,
die boomen, welke eetbare vruchten dragen, noemt men ooft-
boomen.
De woorden ber|cnige, bicjcnige, baéjcnigc, gebruikt men
dikwijfs afgekort: ber, bie, baé, b. v. Srauc bem nicht ber bir
fchmeichclt. Vertrouw dengenen niet die u vleit.
Solcher, folche, fotcheé, zulk, zulke, zulk, wordt verbogen
als het bijvoegelijke naamwoord, gelijk ook ein folcher, eine
folche, ein folcheé, zulk een, zulk eene, zulk een. In plaats