Boekgegevens
Titel: Hoogduitsche spraakkunst, of Gemakkelijke wijze om de Hoogduitsche taal te leren
Auteur: Meidinger, J.V.; Elberts, W.A.
Uitgave: Zwolle: W.E.J. Tjeenk Willink, 1870
14e dr.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1813 D 23
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204583
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse taalkunde
Trefwoord: Duits, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Hoogduitsche spraakkunst, of Gemakkelijke wijze om de Hoogduitsche taal te leren
Vorige scan Volgende scanScanned page
126
91.
Deze boom is schooner dan die. Deze tuin, met deze ooft-
boomen 1 en deze bloemen, bevalt 2 mij meer dan deze rijkdom
en deze pracht 3. De tijd van dit leven is kort. Aan 4 Jan
van der Heide en Zacharias Jansen hebben 4 wij twee nuttige
uitvindigen 5 te danlcen 4: aan dezen de verrekijkers 6, aan
genen de slangbrandspuiten 7. De bijen 8 en zijdewormen 9
zijn nuttige insecten 10 : gene geven 11 ons den honing 12,
deze de zijde 13.
6. gernro[)c(ö),n. 2.
7. ©c^Irtngcn^geuer;
fprige, f. 3.
8. 55icne f. 3.
t r
9. êcibemurm (ü),
m. 4.
92.
Spaarzaamheid 1 is geene 2 gierigheid 3: leg u toe op 4 gene
en vermijd 5 deze; gene is eene deugd 6, van welke 7 uwe
tevredenheids afhangt 9; deze is eene ondeugd 10, door wel-
ke 11 reeds 12 menigeenlS ongelukkig werd 14. De onbe-
stendige 15 neemt dan dit dan dat mor 16. De godvreezend-
heid 17 wordt heloond\% in deze en gene wereld. Wie 19 in 20 dit
leven kwaad doet%\, zal ten genen dage gerecht worden 11.
1. £)6(ibaum (au),
m. 2.
2. gcfaHt.
3. gracht, f.
4. ücrbanfen, (3).
5. grftnbung, f. 3.
10. 3nfcct, n. 3.
11. geben.
12. J^onlg, m.
13. geibe f.
1. eparfamfelt,f.3.
2. nicht.
3. ©cij, m.
4. bcfïci§igebich,(2).
5. ücrmcibe,
6. Sugenb, f. 3.
7. üon welcher.
8. 3ufricbcnhclf,f.2.
9. abhängt.
10. £a(tcr, n. 1.
11. burch baé.
]2. fchon.
13. COïanchcr.
14. würbe.
15. Unbeftanbige.
16. nimmt balb bic;
fcé balb jcncê
bor.
17. ©otteófnrcht, f-
18. wirb belohnt.
19. wer.
20. in, (3).
21. «Söfcé thut.
22. wirb an (3)...
gerichtet werben.
ZELFSTANDIGE AANWIJZENDE VOOENAAMWOORDEN.
Enkelvoud.
M a n n e 1 ij k.
1. berjenigc, degene, (hij).
2. bcéjcnlgen, desgenen of van dengenen, (van hem).