Boekgegevens
Titel: Hoogduitsche spraakkunst, of Gemakkelijke wijze om de Hoogduitsche taal te leren
Auteur: Meidinger, J.V.; Elberts, W.A.
Uitgave: Zwolle: W.E.J. Tjeenk Willink, 1870
14e dr.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1813 D 23
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204583
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse taalkunde
Trefwoord: Duits, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Hoogduitsche spraakkunst, of Gemakkelijke wijze om de Hoogduitsche taal te leren
Vorige scan Volgende scanScanned page
125
Mannelijk.
1. bcr,
2. beffen, (beg).
3. bcm,
4. ben.
Enkelvoud.
V r O u w e 1 ij k.
1. bic,
2. beren, (bcr).
3. bcr,
4. bie.
Meervoud.
O n z ij d i g.
1. baé,
2. beffen, (beg).
3. bcm,
4. baé.
Voor alle drie geslachten.
1. bic, 2. beretT, 3. benen, 4. bic.
Aanmerkingen.
Saé en de verkorting bieé worden, gelijk in het Neder-
landsch dit en dat, dikwijls voor alle geslachten en getallen
gebruikt; b. v. bicé of baé iff bcr 23a(cr, bicé of baé finb
bic jïinbcr. Dat is de vader, dit zijn de kinderen.
XV. OPSTELLEN OVER DE BIJVOEGELIJKE AANWIJZENDE
VOORNAAMWOORDEN.
90.
Hoe 1 schoon is dit dal, door 2 deze bergen ingesloten 3;
deze weiden 4 met 5 deze grazende 6 kudden 7 ; en aan gene
zijde 8 van de rivier 9, dat koren 10, hetwelk 11 de wind zoo
zacht leweegt\%-, die prachtige 13 waterval 14, welke 15 van 2
die rots 16 afstort 17, dat aangenaam geruisch 18 dezer beken 19
en het gezang 20 der vogelen in die bosschen; dat slot met dien
toren 21, hetwelk men 22 door 23 die boomen ziet 24, en ««
verte 25 die met eeuwige 26 sneeuw 27 bedekte 28 bergen.
1. 2öic.
2. üon, (3).
3. etngefchloffen.
4. ©icfc, f. 3.
5. mit, (3).
6. grafenb.
7. JP)ccrbe, f. 3.
8. jcnfcifé, (2).
9. glug (ü), m. 2.
10. ©ctrcibe, n. 2
11. mclchcê.
12. fo fanft bciDcgt.
13. pracf^tig.
14. ffiaffcrfatt (a),
m. 2.
15. roeleder.
16. gelfcn, m; 1.
17. hcrabltürjt.
18. 9iicfeln, n. 1.
19. SSach (a),m. 2.
20. @cfang(a),m.2.
21. ShnrmCü), m.2.
22. man.
23. burch, (4)-
24. ftcht.
25. in bcr gernc.
26. ewtg.
27. gchncc/ m. 2.
28. bebccft.