Boekgegevens
Titel: Hoogduitsche spraakkunst, of Gemakkelijke wijze om de Hoogduitsche taal te leren
Auteur: Meidinger, J.V.; Elberts, W.A.
Uitgave: Zwolle: W.E.J. Tjeenk Willink, 1870
14e dr.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1813 D 23
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204583
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse taalkunde
Trefwoord: Duits, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Hoogduitsche spraakkunst, of Gemakkelijke wijze om de Hoogduitsche taal te leren
Vorige scan Volgende scanScanned page
120
ouders 11. (2. persoon enkelv.). Dien 12 uw vaderland en
uwen koning getrouw 13, dan zult gij naderhand 15 het
loon 16 uwer getrouwe diensten 17 ontvangen. Doe 18 uwen
plicht 19 en wees 20 uwen meester gehoorzaam 21, dan zult
gij de liefde uwer ouders verwerven. (2. persoon meerv.)
Dient 22 uw vaderland en uwen koning getrouw, dan zult 23
gij naderhand het loon uwer trouwe diensten ontvangen.
Doet 24 uwen plicht en weest 25 uwen meester gehoorzaam,
dan zult gij de liefde uwer ouders verwerven.
10. mi, f.
11. eitern, pl.
12. biene, (3).
13. getreu.
14. fo rolrft.
15. nachher.
16. Sohn, m. 2.
17. Dienjt, m. 2.
18. thue.
19. ïpflichf, f. 3.
20. fei.
21. gehorfam.
87.
22. bienet, (3).
23. fo roerbet.
24. thut.
25. feib.
Hebt gijl aan mijne zuster het boek gegeven 2? Neen mijn-
heer! ik heb het aan mijnheer uw broeder gegeven. Waar-
om 3 hebt gij het toch 4 aan mijnen broeder en niet aan mijne
zuster gegeven ? Omdat 5 mejufvrouw uwe zuster niet te huis
was 6. Zijt gij bij 7 den Amsterdamschen jood geweest 8 ?
Ja, mijnheer, hij heeffè mij uwe wisselbrieven 10 terug ge-
geven 9, zonder 11 dezelve geaccepteerd te hebben 11. En
heeft hij er de reden niet van gezegd 12 ? Hij heeft niets
gezegd ik geloof dat hij stom «« 14.
1. haten ©ic.
2. gegeben.
3. raarum.
4. benn.
5. weil.
6. «sar.
8. gemefen.
9. hat . . . mie?
bergegeben.
10. $SSechfel, m. 1.
11. ohne ... accep;
tirt JU haben.
Urfache baöon
gcfagt?
13. hat fein 3Bort
gefagt.
14. ich glaube, cr
fei fïumm.
7. ftnb ©ie bel (3). 12. hat er nicl)t bie
OVER DE ZELFSTANDIGE BEZITTELIJKE VOORNAAMWOORDEN.
De zelfstandige bezittelijke voornaamwoorden hebben betrek-
king op een voorafgaand of daarbij verzwegen zelfstandig
naamwoord, b. v. bein .^ut ifl fchijner alé meiner of bein J^ut