Boekgegevens
Titel: Hoogduitsche spraakkunst, of Gemakkelijke wijze om de Hoogduitsche taal te leren
Auteur: Meidinger, J.V.; Elberts, W.A.
Uitgave: Zwolle: W.E.J. Tjeenk Willink, 1870
14e dr.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1813 D 23
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204583
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse taalkunde
Trefwoord: Duits, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Hoogduitsche spraakkunst, of Gemakkelijke wijze om de Hoogduitsche taal te leren
Vorige scan Volgende scanScanned page
119
broeders en uwe zusters zijn in uwen tuin. Uwe neven 2 en uwe
nichten 3 zijn naar 4 hunne buitenplaats 5 gegaan 6. Lieve 7 zus-
ter, uw (*) vriend behaagt 8 aan uwe kinderen niet. Zijne manieren 9
zijn onaangenaam 10, en hij is niet zoo vriendelijk 11 als zijn
broeder en zijne zuster, die uwe kinderen zeer lief hebben 11.
1. finb 5u .^aufc. 5. ganb^aué (au), 9. SOïanicr, f. 3.
n. 4. 10. unangcnchif-
6. gegangcn. 11. fo frcunblich.
7. Ife'b. 12. f«hr Ifcbcn.
8. gcfaat.
85.
mieren 2 onderscheiden zich door 3 hare
werkzaamheid 4; de vos 5 door zijne listen 6; de tijgerin 7 door
hare wreedheid 8; de hond door zijne getrouwheid 9, en de
leeuw 10 door zijnen moed 11. De arend 12 metl3 zijn scherp 14
gezicht 15 ontdekt 16 zijne prooi 17 van 18 eene onmetelijke 19
hoogte 20. Boor mV/i^e^ fa« 21 zijnen scherpen reuk 22 vindt 23
de hond zijnen meester 24 weder 25. De visschen 26 bewegen
zich in 27 het water met hunne vinnen 28, gelijk 29 de
vogels in de lucht 30 met hunne vleugels 31.
2. SScffcr, m. 1.
3. Bafc, f. 3.
4. nach, (3)-
De bijen 1 en
1. Sicne, f. 3.
2. SJmclfe, f. 3.
3. unfcrfchclbcn
fid) burd;, (4).
4. Shäfigfcit, f. 3.
5. gudjé (ü), m. 2.
6. gift, f. 3.
7. Sigerin, f. 3.
8. @raufamfcit,f.3.
9. Sreuc, f.
10. góme, m. 3.
11. ïOïuti), m.
12. 3lbkr, m. 1.
13. mif, (3).
14. fd)arf.
15. @cfid;t, n. 4.
16. cntbccft.
17. 9ïaub, m. 2.
18. üon, (3).
19. unermeßlich.
20. J^öhe, f. 3.
21. miffclé, (2).
22. ©eruch, m. 2.
23. finbet.
24. jF)err, m. 3.
25. icieber.
26. gifd;, m. 2.
27. bewegen fïch in
(3).
28. Sloffe, f. 3.
29. wie.
30. guft (ü), f. 2.
31. giügel, m. 1.
86.
Door 1 onze vlijt 2 in 3 onze studiën 4 werken 5 wij voor 6
ons toekomstig 7 geluk 8 en verwerven 9 de liefde 10 onzer
1. burd), (4). 4. (gtubien, pl. 3. 7. jufünftig.
2. gieig, m. 5. arbeiten. 8. ©lud, n. 2.
3. in, (3). 6. für, (4). 9. erwerben.
(*) llitr güb-uike men bu, tcin.