Boekgegevens
Titel: Hoogduitsche spraakkunst, of Gemakkelijke wijze om de Hoogduitsche taal te leren
Auteur: Meidinger, J.V.; Elberts, W.A.
Uitgave: Zwolle: W.E.J. Tjeenk Willink, 1870
14e dr.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1813 D 23
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204583
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse taalkunde
Trefwoord: Duits, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Hoogduitsche spraakkunst, of Gemakkelijke wijze om de Hoogduitsche taal te leren
Vorige scan Volgende scanScanned page
114
mij beloofd 3, mij van daag te hamen bezoeken 4; maar ik
geloof niet dat 5 hij komen zal 6. Hebt 7 gij hem van daag
gezien 8? Ja mijnheer, ik heb het genoegen gehad'è, hem te
zien 2-, maar hij zag 10 mij niet en dat speet W mij zeer 11.
Hoe vaart 12 mijnheer uw broeder 13? Hij vaart, sedert
eenige dagen, vrij wel 14. Maak 15 hem mijne complimen-
ten 16, als het u belieft 17! Ik bedank 18 u van zijnent-
wege 19 ; ik zal daaromtrent niet in gebreke blijven 20.
1. fcnnen. gnügcn ge^abt 15. machen ©te.
2. fcnn?. ...JU fchcn. 16. mcine gmpfeh'
3. hat...ücrfprochen. 10. fa^. lung.
11. baé thaf ...fehc
Seib.
12. tcie bepnbcf ftc^.
13. 3hr-&ecrg5ruber.
14. feit einlgcii 2a;
gen jiemlich
raohl.
81.
Het is mij aangenaam 1 u helpen 2. Hij heeft u veel
goeds gedaan 3, gedenk steeds 4 aan hem. Het verheugt 5
mij u te ontmoeten 6. Wij zullen 7 hem nooit 8 vergeten 7,
hij heeft ons zeer verplicht'è. Het is u gemakkelijk 10 hem
te volgen 11. Het was 12 ons aangenaam hem te ontmoeten 6
en hem te spreken 13. Verschoon 14 hem en ons, want 15
wij hebben u beleedigd\&. Mijne 17 moeder bezocht 18 haar
dikwijls 19, sprak veel van 20 haar, en zal haar nooit ver-
geten 21. Wij waren met ons vieren en zij waren met hun zessen.
4. JU befuc^en.
5. glaube nic^t,
bag.
6. fommen roirb.
7. haben.
8. heute gefehen.
9. habe baé Sec;
17. menu eé beliebt.
18. banfe, (3).
19. feinetiücgen.
20. ich »i^ert»« nicht
ermangeln,of ich
roerbe eé aué#
richten.
1. angenehm.
2. JU helfen, (3).
3. tjtel ©ufeé ge#
than.
4. gcbcnïcn ©tc (2)
... (ïcté.
5. freut, (4).
6. begegnen, (3).
7. »erben . . . per;
geffen, (2).
8. nie.
9. fchr ücrpflich;
fet.
10. leicht.
11. folgen, (3).
12. »ar.
13. fprechen, (4).
14. fchonen ©ic,
(2).
15. bcnn.
16. haben ... bclei;
blgt, (4).
17. meine.
18. befuchfe.
19. oft.
20. fprach t)lcl oon
(3).
21. »irb ... pcrgef;
fen, (2).