Boekgegevens
Titel: Hoogduitsche spraakkunst, of Gemakkelijke wijze om de Hoogduitsche taal te leren
Auteur: Meidinger, J.V.; Elberts, W.A.
Uitgave: Zwolle: W.E.J. Tjeenk Willink, 1870
14e dr.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1813 D 23
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204583
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse taalkunde
Trefwoord: Duits, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Hoogduitsche spraakkunst, of Gemakkelijke wijze om de Hoogduitsche taal te leren
Vorige scan Volgende scanScanned page
112
b. V. SJerglß mdn (in plaats van meiner) nic^t, vergeet mij niet,
bein (in plaats van beiner) gebenf' irf), aan u denk ik.
4. Wanneer de tweede naamvallen meiner, beiner, feiner,
ihrer, en Sh^fr, de woorden liahe, wegen, wegen,
en witten , wïl, tot één woord verbonden worden, dan verandert
men de r in f: meinethalben, beinetwegen, feinetwillcn, enz.
Doch bij de samenstelling van unfer en euer met deze drie
woorden, wordt de r niet in t veranderd, maar de t er bij
gevoegd: unfertwegen, enz. Gevolgd van het woord gleichen,
verandert de r in é: mcincé gleichen, mijns gelijken.
5. Het woord felbfl wordt dikwijls bij deze voornaamwoor-
den gevoegd, om daardoor de uitdrukking op eene uitslui-
tende wijze te versterken; b. v. ich fflf*!?, ik zelf; bu fclbfl,
gij zelf; er felb|t, hij zelf; wir felb|t, wij zeiven; enz. Dit
woord wordt niet verbogen.
6. De Nederlandsche woorden, dezelve, hetzelve, worden in
het Hoogduitsch gewoonlijk ook door de persoonlijke voor-
naamwoorden vertaald, doch ter bevordering van welluidend-
heid of duidelijkheid gebruikt men somtijds: bcrfclbe, biefelbe,
baéfelbc, dezelve, hetzelve, in plaats van de voornaamwoor-
den des derden persoons, b. v. & hat eine ©chwejtcr, fennen
©ie bicfcIbe, (in plaats van fie). Hij heeft eene zuster, kent
gij haar. Dein Sruber fam mit feinem ©ohne unb ich fannt«
benfelben nid}t mehr. Uw broeder kwam met zijnen zoon en
ik kende denzelven (den zoon) niet meer.
7. Het woord cé wordt voornamelijk in twee gevallen gebruikt,
waarin het niet als gewoon persoonlijk voornaamwoord in de
plaats van een vooraf uitgedrukt zelfstandig naamwoord staat:
a. Voor de onpersoonlijke werkwoorden, b. v. cé regnet,
het regent; eé bonncrt, het dondert, enz. Bij de we-
derkeerige werkwoorden daarentegen: eé freut mich, het
verheugt mij, enz. is eé meer de plaatsvervanger eener
zaak die of reeds vooraf is gegaan, of onmiddellijk in
den vorm van een voorstel volgt; b. v. eé freut mich,
©ie JU fehen, of bag id; ©ie fehe, het verheugt mij u
te zien of dat ik u zie. In dergelijke gevallen kan ook
het voornaamwoord eé wegblijven, b. v. mich frcut, ©ie
JU fehen, of bag ich êie fche.