Boekgegevens
Titel: Hoogduitsche spraakkunst, of Gemakkelijke wijze om de Hoogduitsche taal te leren
Auteur: Meidinger, J.V.; Elberts, W.A.
Uitgave: Zwolle: W.E.J. Tjeenk Willink, 1870
14e dr.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1813 D 23
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204583
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse taalkunde
Trefwoord: Duits, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Hoogduitsche spraakkunst, of Gemakkelijke wijze om de Hoogduitsche taal te leren
Vorige scan Volgende scanScanned page
110
Onzijdig.
1. Cé, het.
2. feiner, (fcin),
' 1 fich, het, zich.
4. C0, J
Algemeen meervoud.
Eerde persoon. Tweede persoon.
1. rclr, wij, we. 1. if)C, gij, ge.
2. unfcr, onzer, van ons. 2. cucr, uwer of van u.
3. uné, ons of aan ons. 3. cuc^, u.
4. uné, ons. 4. cucfe, u.
Berde persoon.
als derde persoon: in plaats van den twee-
den gebruikt.
1. fte, zij, ze. 1. ©te, gij, ge.
2. i^rer, hunner, van hen; 2. uwer, uws, van u.
harer, van haar.
3. i^nett, (ftd;), hun, aan hen; 3. i^j aan u.
haar, aan haar, (zich).
4. fie, (ftch), hen; haar, ze; 4. ©ie, u.
(zich).
Aanmerkingen.
1. Bij het aanspreken gebruikt men thans in de taal
des beschaafden omgangs niet meer voor het enkelvoud
en voor het meervoud maar men bezigt in
plaats vati beide het meervoud van den derden persoon
©ie, gij, UEd.
©ittï) ©te ba, j^en- Sft.? Zijt gij daar. Mijnheer N.?
batife 3f)nen/ SMabani, ik dank u, mevrouw.
5Bo ftnb ©te geioefen, raetne ^mtn'i Waar zijt gij geweest,
mijne heeren ?
Vroeger bediende men zich als beleefdheidsvorm van den
tweeden persoon des meervouds welke onder de landlie-
den nog wel gebruikt wordt. Ondergeschikte personen werden