Boekgegevens
Titel: Hoogduitsche spraakkunst, of Gemakkelijke wijze om de Hoogduitsche taal te leren
Auteur: Meidinger, J.V.; Elberts, W.A.
Uitgave: Zwolle: W.E.J. Tjeenk Willink, 1870
14e dr.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1813 D 23
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204583
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse taalkunde
Trefwoord: Duits, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Hoogduitsche spraakkunst, of Gemakkelijke wijze om de Hoogduitsche taal te leren
Vorige scan Volgende scanScanned page
1Ü4,
4. Bij de uitdrukkingen: wij waren met ons vieren; zij
waren met hun zessen en dergelijke laat men in het Duitsch
het telwoord onveranderd, terwijl het voornaamwoord in den
tweeden naamval voorafgaat: n)ic lüaren unfcr öicr; ftc ftnb
ihrer fcd;é.
5. Van de telwoorden worden verscheiden bijvoegelijke
naamwoorden en bijwoorden afgeleid, als:
cinmal, eenmaal,
jnjcitnai, tweemaal,
brcimal, driemaal,
eincrlci, eenerlei.
Jlïcicrlci, tweeerlei.
brcierici/ drieërlei, enz.
crfimé, ten eerste,
jnjcitcné, ten tweede,
brittcné, ten derde, enz.
einfad), einfältig, eenvoudig,
jrocifach, Jlücifältig, twee-
voudig.
breifach, breifältig, drievoudig,
enz.
6. De Nederlandsche uitdrukkingen: na eene week drie, vier;
binnen een jaar twee, drie; worden in het Hoogduitsch vertaald
door: nach etwa brei ober öier ■Bochen; innerhalb jwei ober
brei 3ahr; over de een en twintig jaar, über ein unb
jwanjig 3ahre.
XI. OPSTELLEN OVER DB TELWOORDEN.
70.
Londen is zeven Engelsche 1 mijlen 2, of drie uren 3 lang,
een uur breed 4, heeft vier Duitsche 5 mijlen in omtreh 6, en
bevat 7 acht duizend straten 8, vier en dertig marktplaatsen 9,
een en zeventig (vierkante) 10 pleinen 11 en honderd negen
en veertig duizend vier honderd en dertig huizen, waaronder
men 12 meer dan 13 drie honderd godsdienstige 14 gebou-
wen 15, twee en twintig hospitalen!6 en vijf en negentig
armhuizen 17 telt 18. In het jaar zestien honderd zes en zestig
1. englifch- 8. ©trage, f. 3. 14. gotteébienft;
2. g)Jeile, f. 3. 9. SKarftpla^ (ä), lieh.
3. ©tunbe, f. 3. m. 2. 15. ©ebäube, n. 2.
4. breit. 10. pierecfig. 16. jF)öépital (ä),
5. beutfch. 11. (ä), m. 2. n. 4.
6. im Umfange. 12. unter benen man. 17. ülrmenhauiJ(äu),
7. fagt in fich. 13. mehr aló. n. 4.