Boekgegevens
Titel: Hoogduitsche spraakkunst, of Gemakkelijke wijze om de Hoogduitsche taal te leren
Auteur: Meidinger, J.V.; Elberts, W.A.
Uitgave: Zwolle: W.E.J. Tjeenk Willink, 1870
14e dr.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1813 D 23
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204583
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse taalkunde
Trefwoord: Duits, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Hoogduitsche spraakkunst, of Gemakkelijke wijze om de Hoogduitsche taal te leren
Vorige scan Volgende scanScanned page
ber ©onnc am nörblichen ^im^
mel blémcilen ein heller, feuer;
farbener ober hoc^rother, (îra^;
lenber unb jitternber Schimmer
(tn.) unb jwar auffatlenber,
häufiger unb fîarfer, je norb;
lieber bie (Segenben bcr Grbe
ftnb, reo wir uné beftnben. 3n
fehr norblichen gänbern macht
biefcé Svorbltcht ein furchtbar
prächtig Schaufpiel auê.
jeigt fîch ba alé eine ?Dîengc
ton gichtfîromen üon allerlei
garben, glänjcnb wie bie fchönffe
€bel|îetnc. ©abei perbreitet eê
auch «in fo augerorbentlich
prajfelnbeé unb roUenbeé ©e;
räufch, ba§ eé mit einem un;
geheuren, ploÇlich loégebrann;
tcn geuer ju pcrglcichen i|î.
der zon aan den noordelijken
hemel somtijds een helder,
vuurklenrig of hoogrood stra-
lend en trillend schijnsel, en
wel is waar treffender, me-
nigvuldiger en sterker, hoe
noordelijker de streken der
aarde zijn, waar wij ons be-
vinden. In zeer noordelijke
landen maakt dit noorderlicht
. een vreeselijk prachtig schouw-
spel uit. Het vertoont zich
daar als eene menigte van licht-
stroomen van allerlei kleuren,
glinsterend als de schoonste
edelgesteenten. Daarbij ver-
breiden zij een zoo buitenge-
woon ratelend en rollend ge-
druisch, dat liet met een ver-
bazend, plotseling losgebrand
vuur te vergelijken is.
25.
9Bie am Sage bie Uncrmc§;
lichfeit be^ ?Oicere^ unb fein
ma|e|läfifch SBogcn, bic Seele
mit Bewunbcrung unb €r(!au;
nen, mit Sreubc unb Sd>rccfen
erfüllt, fo in bunfelcr SRacht
fein unbefd;rciblid) prachfüoH
feuchten. Oft fdjeint baö gan;
jcö 5)Ieer, fo weit baö 3lugc
reicht, in (3) pott ^euer ju fte;
hen; groge Icuchtenbcn jforper
bic man an (3) ber ©eftalf (4)
für (4) gifche erfennt, fahren
jucfenb unb tanjenb auf feinet
Oberfläche umher, in (3) unbe;
Gelijk des daags de onmete-
lijkheid der zee en haar prach-
tig golven de ziel met be-
wondering en verbazing, met
vreugde en schrik vervult, zoo
in (den) donkeren nacht haar
onbeschrijfelijk prachtvol lich-
ten. Dikwijls schijnt de geheele
zee, zoover het oog reikt, in
volle vuur te staan; groote licht-
gevende lichamen, die men
aan de gedaante voor visschen
erkent, zwemmen springende
en dansende met onbegrijpe-
lijke snelheid, op hare op-
7*