Boekgegevens
Titel: Hoogduitsche spraakkunst, of Gemakkelijke wijze om de Hoogduitsche taal te leren
Auteur: Meidinger, J.V.; Elberts, W.A.
Uitgave: Zwolle: W.E.J. Tjeenk Willink, 1870
14e dr.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1813 D 23
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204583
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse taalkunde
Trefwoord: Duits, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Hoogduitsche spraakkunst, of Gemakkelijke wijze om de Hoogduitsche taal te leren
Vorige scan Volgende scanScanned page
98
greifen an (4) fccmbe jïaufleute
»cvfaufcn.
prijzen aan vreemde kooplieden
verkoopen.
23.
2luf (3) ben ©chwcijerbcrgen
giebt Cé fc((c ïBclbcn, fc^öne
jvüh«/ groge Dchfcn, reohlric«
c^cnbc .S'räufcr, SSlumcn »on (3)
glanjcnbc garbcn, ^cttc £)ucHen,
rein SSaffcr unb fcltcnc Sïincra^
licn. — Unter (3) ben alte ©cie^
chen gab eé gro§e ^h'ïofoph««/
berühmten Siebner, grünblic^e
©taatégelchrte, üortreffïiche
Dichter, gefchlcfte SKaler, aué^
gejeichnetc Saumeifter unb tap^
fere ^riegémanner. — Äctn
.^)anbmerf gefährlicher unb
mühfamer alé baé ber @emé#
jager; allein biefe ?ÜIenfchen toer;
achten bie größten ©efahren. —
^Philipp/ Äönig pon ïOIacebo;
nien, mar ein große ?Slann j
allein 3llej:anber, fein ©ohn,
mar großer alé er. — (Europa
unb 2lu(lralien ftnb bie flcinfle
aSelttheile.
Op de Zwitsersclie bergen
vindtmen vette weiden, schoone
koeien, groote ossen, welrie-
kende kruiden, bloemen van
schitterende kleuren, heldere
bronnen, zuiver water en zeld-
zame mineralen. — Onder de
oude Grieken waren groote
wijsgeeren, beroemde rede-
naars, grondige staatsgeleerden,
voortreffelijke dichters, bekwa-
me schilders, uitmuntende
bouwmeesters en dappere krijgs-
lieden. — Geen handwerk
is gevaarlijker en moeielijker
dan dat der gemzenjagers; maar
deze menschen verachten de
grootste gevaren. — Philippus,
koning van Macedonië, was een
groot man; maar Alexander, zijn
zoon, was grooter dan hij. —
Europa en Australië zijn de
kleinste werelddeelen.
24.
Die mcrfmürbige (Erfcheinung,
melche mir SRorblicht nennen,
rührt mahrfcheinlich toon ber
(glectricitat h«. SOBir fehen
nämlich meiftené lm 5Binter unb
J&erbjï, nach bem Untergänge
De merkwaardige verschij-
ning, welke wij noorderlicht
noemen, is waarschijnlijk een
gevolg van de electriciteit. Wij
zien namelijk in den winter
en herfst, na den ondergang