Boekgegevens
Titel: Hoogduitsche spraakkunst, of Gemakkelijke wijze om de Hoogduitsche taal te leren
Auteur: Meidinger, J.V.; Elberts, W.A.
Uitgave: Zwolle: W.E.J. Tjeenk Willink, 1870
14e dr.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1813 D 23
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204583
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse taalkunde
Trefwoord: Duits, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Hoogduitsche spraakkunst, of Gemakkelijke wijze om de Hoogduitsche taal te leren
Vorige scan Volgende scanScanned page
95
om zich 15 de gewichtigste 16 kundigheden 17 te verwerven 18,
aan zijne zeden 19 de grootste beschaving 20 te gevenlY, en
zijn hart door 22 de beste zedenlessen 23 te vormen 24.
16. wichtig. 19. eittcn, f. pl. 3. 22. burd;, (4).
17. j?cnntni§, f. 2. 20. Bilbung, f. 3. 23. @ittcnlchrc,f.3.
18. JU crtCtrócn. 21. ju gcbcn. 24. ju bilbcn.
OPSTELLEN TEE. VERBETERING.
19.
gin breite gfu§ (m.). ©aê
fc^önc Sf)ai, Sin gut ?Oïe|(er.
©chiecfete gebcrn. ©ie flci§igc
jïinber. Sreue J&unbe. ©er
bratoc ©ohn biefer gute SJïutter.
©er fchöne <pala|ï (m.) beê
grogcê j?ónig. ©ie prachtige
.^üufer biefer gro§e gtabt. Gin
grogmüthig ^erj fd;rei(5t bic
ïï5ohlthafcn auf (4) ben ©anb,
rodere 3inberen t5on ihm cm;
pfangen h<»ben. ©ie fruchtbare
3nfeln bcé agaifdjeê 0}icereê
raerben oft Pon (3) neugierige
Sleifcnbc befucht, n)c[d;e bie
berounberten Uebcrbleibfel beê
alten ©riechenlanbê unb bic
Schönheiten einer üppige Jfïatur
anjiehen. ©er frommen Ghriét
hop auf ein fünftig geben, biefe
füge J^offnung giebt ihm unenb;
lid;er Srolt (m.).
Een breede rivier. Het
schoone dal. Een goed mes.
Slechte pennen. De vlijtige
kinderen. Getrouwe honden.
De brave zoon dezer goede
moeder. Het schoone paleis
van den grooten koning. De
prachtige huizen dezer groote
stad. Een grootmoedig hart
schrijft de weldaden op het
zand, welke anderen van hem
ontvangen hebben. De vrucht-
bare eilanden van de Egeische
zee worden dikwijls, door
nieuwsgierige reizigers bezocht,
welke de bewonderde over-
blijfsels van het oude Grieken-
land en de schoonheden eener
weelderige natuur aanlokken.
De vrome christen hoopt op
een toekomstigleven; deze zoete
hoop geeft hem oneindigen
troost.
20.
©ie gcuerlanber fïnb hagiich
unb bumm. Sic h^ben eine
garbc wie Gifenrojï, untermifchf
De Vuurlanders zijn leelijk
en dom. Zij hebben eene kleur
als ijzerroest, vermengd met