Boekgegevens
Titel: Hoogduitsche spraakkunst, of Gemakkelijke wijze om de Hoogduitsche taal te leren
Auteur: Meidinger, J.V.; Elberts, W.A.
Uitgave: Zwolle: W.E.J. Tjeenk Willink, 1870
14e dr.
Auteursrechten: Zie auteursrechten
Citeerinstructie: Bijzondere Collecties van de Universiteit van Amsterdam, UBM: IWO 1813 D 23
URL: https://schoolmuseum.uba.uva.nl/bookid/LCSM_204583
Onderwerp: Taal- en letterkunde naar afzonderlijke talen: Duitse taalkunde
Trefwoord: Duits, Grammatica's (vorm)
Bekijk als:      
Scan: Afbeeldinggrootte:
   Hoogduitsche spraakkunst, of Gemakkelijke wijze om de Hoogduitsche taal te leren
Vorige scan Volgende scanScanned page
101.
Nabij 1 de stad Girgenti op 2 Sicilië 3 bevindt zich 4< een
zonderlinge 5 vulkaan 6 , de Malcaluba gelieeten 7. Het is 8
een geheel 9 onvruchtbare 10 kleiberg 11, die zich slechts
150 voet boven 12 een denzelven 13 omsluitend 14 dal 15 ver-
heft 16. Op 17 zijnen 18 vrij 19 ruimen 20 top 21 ziet
men 22, gedurende 23 het drooge 24 jaargetijde 25, »«eer 26
honderd 27 kleine kegels 29 van Mei 28. Ieder kegel 29
heeft 30 eenen trechter 31 waaruit 32, wanneer 33 de berg
in rust 34 is, van tijd tot tijd^a een grauw 36, kleiach-
tig 37 slib 38 langzaam 39 overvloeit 40.
1. SRahe bei, (3). 14. umfdjliegenb.
2. auf, (3).
3. eieitien.
4. befïnbet ftc^.
5. fonberbar.
6. SJulfan, m. 2.
7. genannt.
8. eé ifï.
9. ganj.
10. unfruchtbar.
11. Thonberg, m. 2.
12. berjfichnurlSO
Sug über, (4).
13. ihn.
15. Shal (ä), n. 4.
16. erhebt.
17. auf, (3).
18. feinem.
19. jicmlid}.
20. geräumig.
21. ©ipfet, m. 1.
22. ficht man.
23. njährenb, (2).
24. trocfen.
25. ^ahreéjcit, f. 3.
26. mehr alé.
27. hunbert.
62.
28. thiJnern, (bijv.
nw.
29. .^egel, m. 1.
30. haf.
31. ïrichter, m. 1.
32. moraué.
33. roenn,
34. ruhig.
35. öon 3eit 5u 3elt.
36. grau.
37. thonicht.
38. echlamm,m.2.
39. langfam.
40. überfliegt.
Vervolg. 1.
Wanneer de tijd eener uitbarsting 2 nadert 3 , hoort men 4
een onderaardsch 5 geraas 6, dat 7 den sterksten 8 donder 9
overtreft 10; eene hevige 11 aardbeving 12 schokt 13 de om-
liggende 14 landstreek 15, en een dier trechters verwijdt zich
1. gortfe^ung, f. 3. 6. ©etöfe, n. 2. 12. Srbbeben, n. 1.
2. aiuébruch (ü), 7. baé.
m. 2. 8. fiarfft.
3. naht. 9. Donncr, m. 1.
4. fo hort man. 10. übcrtrifft.
5. unterirblfc^. 11. hcffö-
13. crfchüttert.
14. umliegenb.
15. ©egenb, f. 3.